Vocabulaireverzameling Sport in Niveau C2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Sport' in 'Niveau C2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) curling;
(adjective) krullend, opkrullend
Voorbeeld:
(noun) lacrosse
Voorbeeld:
(trademark) CrossFit
Voorbeeld:
(noun) zaad, pit, kiem;
(verb) zaaien, inzaaien, ontpitten
Voorbeeld:
(noun) tienkamp
Voorbeeld:
(noun) titelhouder, kampioen
Voorbeeld:
(noun) kanshebber, uitdager, mededinger
Voorbeeld:
(noun) groentje, nieuweling;
(adjective) beginnend, onervaren
Voorbeeld:
(noun) play-off, beslissingswedstrijd
Voorbeeld:
(noun) spannende finale, spectaculaire ontknoping
Voorbeeld:
(noun) meest waardevolle speler, MVP
Voorbeeld:
(noun) grand slam, grand slam (honkbal)
Voorbeeld:
(noun) Grand Prix
Voorbeeld:
(noun) weltergewicht;
(adjective) weltergewicht
Voorbeeld:
(noun) grillrooster, rooster, voetbalveld
Voorbeeld:
(noun) wimpel, vaandel, titel
Voorbeeld:
(verb) abseilen;
(noun) abseil
Voorbeeld:
(noun) slapshot
Voorbeeld:
(verb) verbrijzelen, inslaan, botsen;
(noun) klap, botsing, hit
Voorbeeld:
(noun) vogeltje, birdie
Voorbeeld:
(noun) dropshot
Voorbeeld:
(noun) dubbele fout;
(verb) dubbele fout maken
Voorbeeld:
(verb) rommelen, laten vallen, prutsen;
(noun) fout, blunder
Voorbeeld:
(noun) steeplechase, hindernisrennen, hindernisloop;
(verb) steeplechase, hindernisrennen
Voorbeeld:
(noun) regatta, roeiregatta
Voorbeeld:
(noun) dope, drugs, informatie;
(adjective) geweldig, vet;
(verb) dopen, drugs toedienen
Voorbeeld: