Avatar of Vocabulary Set B1 - Film en Theater

Vocabulaireverzameling B1 - Film en Theater in Niveau B1: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'B1 - Film en Theater' in 'Niveau B1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

action movie

/ˈæk.ʃən ˌmuː.vi/

(noun) actiefilm

Voorbeeld:

He loves watching action movies with lots of explosions.
Hij kijkt graag naar actiefilms met veel explosies.

animation

/ˌæn.əˈmeɪ.ʃən/

(noun) animatie, levendigheid

Voorbeeld:

The studio is known for its groundbreaking work in computer animation.
De studio staat bekend om zijn baanbrekende werk in computeranimatie.

audition

/ɑːˈdɪʃ.ən/

(noun) auditie, proefspel;

(verb) auditie doen, proefspelen

Voorbeeld:

She prepared for her singing audition all week.
Ze bereidde zich de hele week voor op haar zangauditie.

box office

/ˈbɑːks ˌɔː.fɪs/

(noun) kassa, kaartverkoop, kassucces

Voorbeeld:

I bought my tickets at the box office.
Ik kocht mijn kaartjes bij de kassa.

cast

/kæst/

(verb) werpen, gooien, uitbrengen;

(noun) cast, rolbezetting, gietstuk

Voorbeeld:

He cast his fishing line into the lake.
Hij wierp zijn vislijn in het meer.

classic

/ˈklæs.ɪk/

(adjective) klassiek, tijdloos, geweldig;

(noun) klassieker, klassiek werk

Voorbeeld:

Her new album is a classic.
Haar nieuwe album is een klassieker.

clown

/klaʊn/

(noun) clown, kluns, domoor;

(verb) de clown uithangen, grappen maken

Voorbeeld:

The clown at the circus made all the children laugh.
De clown in het circus liet alle kinderen lachen.

critic

/ˈkrɪt̬.ɪk/

(noun) criticus, recensent, beoordelaar

Voorbeeld:

The play received harsh reviews from the critics.
Het toneelstuk kreeg harde recensies van de critici.

criticism

/ˈkrɪt̬.ɪ.sɪ.zəm/

(noun) kritiek, afkeuring, analyse

Voorbeeld:

The play received a lot of criticism from the audience.
Het toneelstuk kreeg veel kritiek van het publiek.

direct

/daɪˈrekt/

(adjective) direct, rechtstreeks, onmiddellijk;

(verb) leiden, besturen, dirigeren;

(adverb) direct, rechtstreeks

Voorbeeld:

Take a direct route to the station.
Neem een directe route naar het station.

dramatic

/drəˈmæt̬.ɪk/

(adjective) dramatisch, theatraal, ingrijpend

Voorbeeld:

She has a very dramatic voice, perfect for the stage.
Ze heeft een erg dramatische stem, perfect voor het podium.

edit

/ˈed.ɪt/

(verb) bewerken, redigeren, monteren;

(noun) bewerking, correctie

Voorbeeld:

Please edit this report before you submit it.
Gelieve dit rapport te bewerken voordat u het indient.

editor

/ˈed.ɪ.t̬ɚ/

(noun) redacteur, bewerker

Voorbeeld:

She works as the chief editor for a fashion magazine.
Zij werkt als hoofdredacteur voor een modemagazine.

entertaining

/en.t̬ɚˈteɪ.nɪŋ/

(adjective) vermakelijk, onderhoudend

Voorbeeld:

The movie was very entertaining.
De film was erg vermakelijk.

Film Festival

/ˈfɪlm ˌfes.tɪ.vəl/

(noun) filmfestival

Voorbeeld:

The Cannes Film Festival is one of the most prestigious in the world.
Het Cannes Film Festival is een van de meest prestigieuze ter wereld.

genre

/ˈʒɑːn.rə/

(noun) genre, soort

Voorbeeld:

My favorite music genre is classical.
Mijn favoriete muziekgenre is klassiek.

part

/pɑːrt/

(noun) deel, stuk, rol;

(verb) scheiden, uiteengaan;

(adverb) deels, gedeeltelijk

Voorbeeld:

I only read the first part of the book.
Ik heb alleen het eerste deel van het boek gelezen.

produce

/prəˈduːs/

(verb) produceren, vervaardigen, opleveren;

(noun) producten, landbouwproducten

Voorbeeld:

The factory produces cars.
De fabriek produceert auto's.

melodrama

/ˈmel.əˌdræm.ə/

(noun) melodrama, overdreven sensationalisme, dramatiek

Voorbeeld:

The play was a classic melodrama, full of heroes, villains, and damsels in distress.
Het stuk was een klassiek melodrama, vol helden, schurken en jonkvrouwen in nood.

movie maker

/ˈmuːvi ˌmeɪkər/

(noun) filmmaker, filmproducent

Voorbeeld:

The young movie maker won an award for his debut film.
De jonge filmmaker won een prijs voor zijn debuutfilm.

musical

/ˈmjuː.zɪ.kəl/

(adjective) muzikaal, muziekliefhebbend;

(noun) musical

Voorbeeld:

She has a great musical talent.
Ze heeft een groot muzikaal talent.

script

/skrɪpt/

(noun) script, scenario, schrift;

(verb) schrijven, scenario schrijven

Voorbeeld:

The actors are rehearsing the new script.
De acteurs repeteren het nieuwe script.

scriptwriter

/ˈskrɪptˌraɪ.t̬ɚ/

(noun) scenarioschrijver, scriptschrijver

Voorbeeld:

The scriptwriter worked tirelessly to perfect the dialogue.
De scenarioschrijver werkte onvermoeibaar om de dialoog te perfectioneren.

silent movie

/ˈsaɪ.lənt ˈmuː.vi/

(noun) stomme film

Voorbeeld:

Charlie Chaplin was a famous star of silent movies.
Charlie Chaplin was een beroemde ster van stomme films.

special effects

/ˌspeʃ.əl ɪˈfekts/

(plural noun) speciale effecten

Voorbeeld:

The movie was praised for its stunning special effects.
De film werd geprezen om zijn verbluffende speciale effecten.

stage

/steɪdʒ/

(noun) podium, toneel, fase;

(verb) opvoeren, organiseren

Voorbeeld:

The band took the stage to a cheering crowd.
De band betrad het podium voor een juichende menigte.

star

/stɑːr/

(noun) ster, beroemdheid, sterfiguur;

(verb) de hoofdrol spelen, schitteren;

(adjective) uitstekend, uitmuntend

Voorbeeld:

The night sky was filled with twinkling stars.
De nachtelijke hemel was gevuld met fonkelende sterren.

superhero

/ˈsuː.pɚˌhɪr.oʊ/

(noun) superheld

Voorbeeld:

Superman is a classic example of a superhero.
Superman is een klassiek voorbeeld van een superheld.

superstar

/ˈsuː.pɚ.stɑːr/

(noun) superster

Voorbeeld:

The pop superstar announced her world tour.
De pop superster kondigde haar wereldtournee aan.

thriller

/ˈθrɪl.ɚ/

(noun) thriller

Voorbeeld:

I love reading psychological thrillers.
Ik lees graag psychologische thrillers.

tragedy

/ˈtrædʒ.ə.di/

(noun) tragedie, ramp, treurspel

Voorbeeld:

The earthquake was a terrible tragedy for the region.
De aardbeving was een verschrikkelijke tragedie voor de regio.

trailer

/ˈtreɪ.lɚ/

(noun) aanhangwagen, trailer, voorfilm

Voorbeeld:

The truck pulled a long trailer filled with logs.
De vrachtwagen trok een lange aanhangwagen vol met boomstammen.

villain

/ˈvɪl.ən/

(noun) schurk, slechterik, dader

Voorbeeld:

The superhero finally defeated the villain.
De superheld versloeg eindelijk de schurk.

western

/ˈwes.tɚn/

(adjective) westelijk, westers;

(noun) western

Voorbeeld:

The sun sets in the western sky.
De zon gaat onder in de westelijke hemel.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland