Vocabulaireverzameling B1 - Film en Theater in Niveau B1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B1 - Film en Theater' in 'Niveau B1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) actiefilm
Voorbeeld:
(noun) animatie, levendigheid
Voorbeeld:
(noun) auditie, proefspel;
(verb) auditie doen, proefspelen
Voorbeeld:
(noun) kassa, kaartverkoop, kassucces
Voorbeeld:
(verb) werpen, gooien, uitbrengen;
(noun) cast, rolbezetting, gietstuk
Voorbeeld:
(adjective) klassiek, tijdloos, geweldig;
(noun) klassieker, klassiek werk
Voorbeeld:
(noun) clown, kluns, domoor;
(verb) de clown uithangen, grappen maken
Voorbeeld:
(noun) criticus, recensent, beoordelaar
Voorbeeld:
(noun) kritiek, afkeuring, analyse
Voorbeeld:
(adjective) direct, rechtstreeks, onmiddellijk;
(verb) leiden, besturen, dirigeren;
(adverb) direct, rechtstreeks
Voorbeeld:
(adjective) dramatisch, theatraal, ingrijpend
Voorbeeld:
(verb) bewerken, redigeren, monteren;
(noun) bewerking, correctie
Voorbeeld:
(noun) redacteur, bewerker
Voorbeeld:
(adjective) vermakelijk, onderhoudend
Voorbeeld:
(noun) filmfestival
Voorbeeld:
(noun) genre, soort
Voorbeeld:
(noun) deel, stuk, rol;
(verb) scheiden, uiteengaan;
(adverb) deels, gedeeltelijk
Voorbeeld:
(verb) produceren, vervaardigen, opleveren;
(noun) producten, landbouwproducten
Voorbeeld:
(noun) melodrama, overdreven sensationalisme, dramatiek
Voorbeeld:
(noun) filmmaker, filmproducent
Voorbeeld:
(adjective) muzikaal, muziekliefhebbend;
(noun) musical
Voorbeeld:
(noun) script, scenario, schrift;
(verb) schrijven, scenario schrijven
Voorbeeld:
(noun) scenarioschrijver, scriptschrijver
Voorbeeld:
(noun) stomme film
Voorbeeld:
(plural noun) speciale effecten
Voorbeeld:
(noun) podium, toneel, fase;
(verb) opvoeren, organiseren
Voorbeeld:
(noun) ster, beroemdheid, sterfiguur;
(verb) de hoofdrol spelen, schitteren;
(adjective) uitstekend, uitmuntend
Voorbeeld:
(noun) superheld
Voorbeeld:
(noun) superster
Voorbeeld:
(noun) thriller
Voorbeeld:
(noun) tragedie, ramp, treurspel
Voorbeeld:
(noun) aanhangwagen, trailer, voorfilm
Voorbeeld:
(noun) schurk, slechterik, dader
Voorbeeld:
(adjective) westelijk, westers;
(noun) western
Voorbeeld: