Vocabulaireverzameling B1 - Huishoudelijke apparaten en meubels in Niveau B1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B1 - Huishoudelijke apparaten en meubels' in 'Niveau B1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) laken, bedlaken
Voorbeeld:
(noun) linnen, beddengoed
Voorbeeld:
(noun) matras
Voorbeeld:
(noun) radiator, verwarming, koeler
Voorbeeld:
(noun) vriezer, diepvriezer
Voorbeeld:
(noun) afzuigkap, wasemkap
Voorbeeld:
(noun) magnetron, microgolfoven
Voorbeeld:
(noun) afvalvernietiger, voedselvermaler
Voorbeeld:
(noun) snelkookpan, hogedrukpan (figuurlijk), stressvolle situatie
Voorbeeld:
(noun) keukenmachine, foodprocessor
Voorbeeld:
(noun) sapcentrifuge, juicer
Voorbeeld:
(noun) bestek
Voorbeeld:
(noun) eetstokje, eetstokjes
Voorbeeld:
(noun) pollepel;
(verb) scheppen, opscheppen
Voorbeeld:
(noun) spatel
Voorbeeld:
(noun) maaier, grasmaaier
Voorbeeld:
(noun) kraan
Voorbeeld:
(noun) vaas
Voorbeeld:
(adjective) blind, onwetend;
(verb) verblinden, blind maken, misleiden;
(noun) jaloezie, blind
Voorbeeld:
(noun) bank, zitbank;
(verb) verwoorden, formuleren
Voorbeeld:
(noun) slaapbank, zetelbed
Voorbeeld:
(plural noun) stijltang
Voorbeeld:
(noun) thermostaat
Voorbeeld:
(noun) kussen;
(verb) neerleggen, ondersteunen
Voorbeeld:
(noun) borstel, aanraking, schamp;
(verb) borstelen, vegen, aanraken
Voorbeeld: