Avatar of Vocabulary Set B1 - Huishoudelijke apparaten en meubels

Vocabulaireverzameling B1 - Huishoudelijke apparaten en meubels in Niveau B1: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'B1 - Huishoudelijke apparaten en meubels' in 'Niveau B1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

bed sheet

/ˈbed ʃiːt/

(noun) laken, bedlaken

Voorbeeld:

I need to change the bed sheets today.
Ik moet vandaag de lakens verschonen.

linen

/ˈlɪn.ɪn/

(noun) linnen, beddengoed

Voorbeeld:

The tablecloth was made of fine linen.
Het tafelkleed was gemaakt van fijn linnen.

mattress

/ˈmæt.rəs/

(noun) matras

Voorbeeld:

I need a new mattress for my bed.
Ik heb een nieuw matras nodig voor mijn bed.

radiator

/ˈreɪ.di.eɪ.t̬ɚ/

(noun) radiator, verwarming, koeler

Voorbeeld:

The old radiator in the living room needs to be replaced.
De oude radiator in de woonkamer moet vervangen worden.

freezer

/ˈfriː.zɚ/

(noun) vriezer, diepvriezer

Voorbeeld:

Please put the ice cream in the freezer.
Doe het ijs alsjeblieft in de vriezer.

kitchen hood

/ˈkɪtʃ.ɪn hʊd/

(noun) afzuigkap, wasemkap

Voorbeeld:

The new kitchen hood effectively removes cooking odors.
De nieuwe afzuigkap verwijdert effectief kookgeuren.

microwave oven

/ˈmaɪ.krə.weɪv ˌʌv.ən/

(noun) magnetron, microgolfoven

Voorbeeld:

I heated my lunch in the microwave oven.
Ik heb mijn lunch opgewarmd in de magnetron.

garbage disposal

/ˈɡɑːr.bɪdʒ dɪˈspoʊ.zəl/

(noun) afvalvernietiger, voedselvermaler

Voorbeeld:

Please don't put coffee grounds down the garbage disposal.
Gooi alsjeblieft geen koffiedik in de afvalvernietiger.

pressure cooker

/ˈpreʃ.ər ˌkʊk.ər/

(noun) snelkookpan, hogedrukpan (figuurlijk), stressvolle situatie

Voorbeeld:

She cooked the stew in a pressure cooker to save time.
Ze kookte de stoofpot in een snelkookpan om tijd te besparen.

food processor

/ˈfuːd ˌprɑː.ses.ər/

(noun) keukenmachine, foodprocessor

Voorbeeld:

She used the food processor to chop the vegetables for the soup.
Ze gebruikte de keukenmachine om de groenten voor de soep te hakken.

juicer

/ˈdʒuː.sɚ/

(noun) sapcentrifuge, juicer

Voorbeeld:

I bought a new juicer to make fresh orange juice every morning.
Ik heb een nieuwe sapcentrifuge gekocht om elke ochtend vers sinaasappelsap te maken.

flatware

/ˈflæt.wer/

(noun) bestek

Voorbeeld:

Please set the table with the clean flatware.
Dek de tafel alstublieft met het schone bestek.

chopstick

/ˈtʃɑːp.stɪk/

(noun) eetstokje, eetstokjes

Voorbeeld:

She skillfully picked up the noodle with her chopsticks.
Ze pakte de noedel behendig op met haar eetstokjes.

ladle

/ˈleɪ.dəl/

(noun) pollepel;

(verb) scheppen, opscheppen

Voorbeeld:

She used a ladle to serve the hot soup.
Ze gebruikte een pollepel om de hete soep op te scheppen.

spatula

/ˈspætʃ.ə.lə/

(noun) spatel

Voorbeeld:

She used a spatula to flip the pancakes.
Ze gebruikte een spatel om de pannenkoeken om te draaien.

mower

/ˈmoʊ.ɚ/

(noun) maaier, grasmaaier

Voorbeeld:

He spent the afternoon pushing the lawn mower.
Hij bracht de middag door met het duwen van de grasmaaier.

faucet

/ˈfɑː.sət/

(noun) kraan

Voorbeeld:

Please turn off the faucet after washing your hands.
Draai de kraan dicht na het wassen van je handen.

vase

/veɪs/

(noun) vaas

Voorbeeld:

She placed the fresh roses in a beautiful crystal vase.
Ze zette de verse rozen in een prachtige kristallen vaas.

blind

/blaɪnd/

(adjective) blind, onwetend;

(verb) verblinden, blind maken, misleiden;

(noun) jaloezie, blind

Voorbeeld:

She has been blind since birth.
Ze is al sinds haar geboorte blind.

couch

/kaʊtʃ/

(noun) bank, zitbank;

(verb) verwoorden, formuleren

Voorbeeld:

We bought a new couch for the living room.
We kochten een nieuwe bank voor de woonkamer.

sofa bed

/ˈsoʊfə bed/

(noun) slaapbank, zetelbed

Voorbeeld:

We bought a new sofa bed for the guest room.
We kochten een nieuwe slaapbank voor de logeerkamer.

hair straighteners

/ˈher streɪt.nɚz/

(plural noun) stijltang

Voorbeeld:

She used her hair straighteners to get a sleek, smooth look.
Ze gebruikte haar stijltang om een strakke, gladde look te krijgen.

thermostat

/ˈθɝː.mə.stæt/

(noun) thermostaat

Voorbeeld:

She adjusted the thermostat to make the room warmer.
Ze stelde de thermostaat bij om de kamer warmer te maken.

pillow

/ˈpɪl.oʊ/

(noun) kussen;

(verb) neerleggen, ondersteunen

Voorbeeld:

She fluffed her pillow before lying down.
Ze klopte haar kussen op voordat ze ging liggen.

brush

/brʌʃ/

(noun) borstel, aanraking, schamp;

(verb) borstelen, vegen, aanraken

Voorbeeld:

She used a soft brush to apply the paint.
Ze gebruikte een zachte borstel om de verf aan te brengen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland