Avatar of Vocabulary Set B1 - Drankjes

Vocabulaireverzameling B1 - Drankjes in Niveau B1: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'B1 - Drankjes' in 'Niveau B1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

beverage

/ˈbev.ɚ.ɪdʒ/

(noun) drank

Voorbeeld:

Hot beverages like coffee and tea are popular in winter.
Warme dranken zoals koffie en thee zijn populair in de winter.

soft drink

/ˈsɑːft drɪŋk/

(noun) frisdrank, non-alcoholische drank

Voorbeeld:

Would you like a soft drink with your meal?
Wilt u een frisdrank bij uw maaltijd?

non-alcoholic

/ˌnɑːn.æl.kəˈhɑː.lɪk/

(adjective) alcoholvrij, non-alcoholisch

Voorbeeld:

We served a variety of non-alcoholic beverages at the party.
We serveerden een verscheidenheid aan alcoholvrije dranken op het feest.

soda

/ˈsoʊ.də/

(noun) frisdrank, limonade, natriumcarbonaat

Voorbeeld:

I'd like a glass of soda with my meal.
Ik wil graag een glas frisdrank bij mijn maaltijd.

Coca-Cola

/ˌkoʊkəˈkoʊlə/

(trademark) Coca-Cola

Voorbeeld:

He ordered a burger and a Coca-Cola.
Hij bestelde een burger en een Coca-Cola.

mineral water

/ˈmɪn.ər.əl ˌwɑː.tər/

(noun) mineraalwater

Voorbeeld:

I prefer to drink mineral water over tap water.
Ik drink liever mineraalwater dan kraanwater.

milkshake

/ˈmɪlk.ʃeɪk/

(noun) milkshake, melkdrank

Voorbeeld:

I ordered a chocolate milkshake with my burger.
Ik bestelde een chocolade milkshake bij mijn burger.

smoothie

/ˈsmuː.ði/

(noun) smoothie

Voorbeeld:

I start my day with a healthy fruit smoothie.
Ik begin mijn dag met een gezonde fruitsmoothie.

lemonade

/ˌlem.əˈneɪd/

(noun) limonade

Voorbeeld:

She ordered a glass of refreshing lemonade.
Ze bestelde een glas verfrissende limonade.

espresso

/esˈpres.oʊ/

(noun) espresso

Voorbeeld:

I'll have a double espresso, please.
Ik wil graag een dubbele espresso, alstublieft.

latte

/ˈlɑː.teɪ/

(noun) latte

Voorbeeld:

I'd like a large vanilla latte, please.
Ik wil graag een grote vanille latte, alstublieft.

cocoa

/ˈkoʊ.koʊ/

(noun) cacao, cacaopoeder, chocolademelk

Voorbeeld:

Add two tablespoons of cocoa powder to the batter.
Voeg twee eetlepels cacaopoeder toe aan het beslag.

mocha

/ˈmoʊ.kə/

(noun) mocha, mokkakoffie, mokkaboon

Voorbeeld:

I'd like a hot mocha with whipped cream, please.
Ik wil graag een warme mocha met slagroom, alstublieft.

energy drink

/ˈen.ɚ.dʒi ˌdrɪŋk/

(noun) energiedrank

Voorbeeld:

He grabbed an energy drink to stay awake during the night shift.
Hij pakte een energiedrankje om wakker te blijven tijdens de nachtdienst.

alcoholic

/ˌæl.kəˈhɑː.lɪk/

(noun) alcoholist;

(adjective) alcoholisch

Voorbeeld:

He admitted he was an alcoholic and sought help.
Hij gaf toe dat hij een alcoholist was en zocht hulp.

alcohol

/ˈæl.kə.hɑːl/

(noun) alcohol

Voorbeeld:

Drinking too much alcohol can be harmful to your health.
Te veel alcohol drinken kan schadelijk zijn voor je gezondheid.

drink

/drɪŋk/

(noun) drankje, drank, slok;

(verb) drinken, alcohol drinken

Voorbeeld:

Would you like a drink?
Wilt u een drankje?

beer

/bɪr/

(noun) bier

Voorbeeld:

He ordered a pint of beer at the pub.
Hij bestelde een pint bier in de pub.

champagne

/ʃæmˈpeɪn/

(noun) champagne

Voorbeeld:

We celebrated with a bottle of champagne.
We vierden het met een fles champagne.

wine

/waɪn/

(noun) wijn;

(verb) wijn drinken, verwennen

Voorbeeld:

We had a bottle of red wine with dinner.
We hadden een fles rode wijn bij het avondeten.

whiskey

/ˈwɪs.ki/

(noun) whisky

Voorbeeld:

He ordered a glass of whiskey on the rocks.
Hij bestelde een glas whisky met ijs.

vodka

/ˈvɑːd.kə/

(noun) wodka

Voorbeeld:

He ordered a glass of vodka with ice.
Hij bestelde een glas wodka met ijs.

tequila

/təˈkiː.lə/

(noun) tequila

Voorbeeld:

Let's order some tequila shots.
Laten we wat tequila shots bestellen.

brandy

/ˈbræn.di/

(noun) brandy, cognac;

(verb) brandy'en, distilleren tot brandy

Voorbeeld:

He poured himself a glass of brandy.
Hij schonk zichzelf een glas brandy in.

still

/stɪl/

(adverb) nog steeds, nog, toch;

(adjective) stil, onbeweeglijk;

(noun) stilstaand beeld, foto;

(verb) kalmeren, tot rust brengen

Voorbeeld:

It's still raining outside.
Het regent nog steeds buiten.

sparkling

/ˈspɑːr.klɪŋ/

(adjective) fonkelend, sprankelend, bruisend

Voorbeeld:

The snow was sparkling in the sunlight.
De sneeuw fonkelde in het zonlicht.

tonic

/ˈtɑː.nɪk/

(noun) tonicum, versterkend middel, tonic;

(adjective) tonisch, versterkend, grondtoon

Voorbeeld:

After a long illness, the doctor prescribed a general tonic to help him recover.
Na een lange ziekte schreef de dokter een algemeen tonic voor om hem te helpen herstellen.

cocktail

/ˈkɑːk.teɪl/

(noun) cocktail, mengsel, mix

Voorbeeld:

She ordered a refreshing fruit cocktail.
Ze bestelde een verfrissende fruitcocktail.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland