Avatar of Vocabulary Set B1 - Kunst

Vocabulaireverzameling B1 - Kunst in Niveau B1: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'B1 - Kunst' in 'Niveau B1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

artwork

/ˈɑːrt.wɝːk/

(noun) illustraties, artwork, kunstwerk

Voorbeeld:

The book features stunning artwork by local artists.
Het boek bevat prachtige illustraties van lokale kunstenaars.

art form

/ˈɑːrt fɔːrm/

(noun) kunstvorm

Voorbeeld:

Ballet is a beautiful art form that combines dance and music.
Ballet is een prachtige kunstvorm die dans en muziek combineert.

architecture

/ˈɑːr.kə.tek.tʃɚ/

(noun) architectuur, bouwkunst, structuur

Voorbeeld:

She studied architecture at university.
Ze studeerde architectuur aan de universiteit.

sculpture

/ˈskʌlp.tʃɚ/

(noun) beeldhouwkunst, sculptuur, beeldhouwwerk;

(verb) beeldhouwen, sculpteren

Voorbeeld:

He studied sculpture at art school.
Hij studeerde beeldhouwkunst aan de kunstacademie.

graphic arts

/ˌɡræf.ɪk ˈɑːrts/

(noun) grafische kunsten

Voorbeeld:

She studied graphic arts in college, focusing on printmaking and illustration.
Ze studeerde grafische kunsten aan de universiteit, met een focus op grafiek en illustratie.

the performing arts

/ðə pərˈfɔːrmɪŋ ɑːrts/

(noun) podiumkunsten, uitvoerende kunsten

Voorbeeld:

She has a passion for the performing arts, especially ballet.
Ze heeft een passie voor de podiumkunsten, vooral ballet.

decorate

/ˈdek.ər.eɪt/

(verb) decoreren, versieren, schilderen

Voorbeeld:

We decided to decorate the living room with new paintings.
We besloten de woonkamer te decoreren met nieuwe schilderijen.

design

/dɪˈzaɪn/

(noun) ontwerp, tekening, vormgeving;

(verb) ontwerpen, vormgeven, bestemmen voor

Voorbeeld:

The architect presented the final design for the new building.
De architect presenteerde het definitieve ontwerp voor het nieuwe gebouw.

sketch

/sketʃ/

(noun) schets, voorstudie, overzicht;

(verb) schetsen, tekenen, uiteenzetten

Voorbeeld:

He made a quick sketch of the landscape.
Hij maakte een snelle schets van het landschap.

exhibition

/ˌek.səˈbɪʃ.ən/

(noun) tentoonstelling, expositie, uiting

Voorbeeld:

The museum is hosting a new exhibition of ancient artifacts.
Het museum organiseert een nieuwe tentoonstelling van oude artefacten.

fake

/feɪk/

(noun) namaak, vervalsing;

(adjective) nep, vals, namaak;

(verb) faken, veinzen, simuleren

Voorbeeld:

The painting was a complete fake.
Het schilderij was een complete namaak.

finger-painting

/ˈfɪŋ.ɡɚˌpeɪn.tɪŋ/

(noun) vingerverven, vingerverf;

(verb) vingerverven

Voorbeeld:

The children enjoyed finger-painting in art class.
De kinderen genoten van vingerverven in de tekenles.

frame

/freɪm/

(noun) lijst, kozijn, frame;

(verb) lijsten, inlijsten, formuleren

Voorbeeld:

The old photograph was in a beautiful wooden frame.
De oude foto zat in een prachtige houten lijst.

graffiti

/ɡrəˈfiː.t̬i/

(noun) graffiti

Voorbeeld:

The city council is trying to remove all the graffiti from the underpass.
De gemeenteraad probeert alle graffiti van de onderdoorgang te verwijderen.

illustrate

/ˈɪl.ə.streɪt/

(verb) illustreren, verduidelijken, van afbeeldingen voorzien

Voorbeeld:

The speaker used a diagram to illustrate his point.
De spreker gebruikte een diagram om zijn punt te illustreren.

illustration

/ˌɪl.əˈstreɪ.ʃən/

(noun) illustratie, afbeelding, verduidelijking

Voorbeeld:

The book contains many beautiful illustrations.
Het boek bevat veel mooie illustraties.

paint

/peɪnt/

(noun) verf;

(verb) verven, schilderen

Voorbeeld:

The walls were covered in fresh white paint.
De muren waren bedekt met verse witte verf.

portrait

/ˈpɔːr.trɪt/

(noun) portret, beeld, beschrijving

Voorbeeld:

She commissioned an artist to paint a portrait of her daughter.
Ze gaf een kunstenaar de opdracht om een portret van haar dochter te schilderen.

statue

/ˈstætʃ.uː/

(noun) standbeeld, beeld

Voorbeeld:

The city square is dominated by a large bronze statue.
Het stadsplein wordt gedomineerd door een groot bronzen standbeeld.

studio

/ˈstuː.di.oʊ/

(noun) studio, atelier, productiebedrijf

Voorbeeld:

The artist spent hours in her studio, painting her masterpiece.
De kunstenaar bracht uren door in haar atelier, schilderend aan haar meesterwerk.

symbol

/ˈsɪm.bəl/

(noun) symbool, teken

Voorbeeld:

The dove is a symbol of peace.
De duif is een symbool van vrede.

master

/ˈmæs.tɚ/

(noun) meester, heer, beheerser;

(verb) beheersen, onder de knie krijgen, overwinnen;

(adjective) meesterlijk, deskundig

Voorbeeld:

The master of the house greeted his guests.
De meester van het huis begroette zijn gasten.

style

/staɪl/

(noun) stijl, mode, manier;

(verb) stylen, vormgeven, ontwerpen

Voorbeeld:

The new building has a modern style.
Het nieuwe gebouw heeft een moderne stijl.

collage

/ˈkɑː.lɑːʒ/

(noun) collage, verzameling, mengelmoes

Voorbeeld:

She created a beautiful collage of family photos.
Ze maakte een prachtige collage van familiefoto's.

the visual arts

/ðə ˌvɪʒ.u.əl ˈɑːrts/

(noun) beeldende kunsten

Voorbeeld:

She studied the visual arts at university, specializing in painting.
Ze studeerde de beeldende kunsten aan de universiteit, gespecialiseerd in schilderen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland