Avatar of Vocabulary Set A2 - Eten en Restaurant 2

Vocabulaireverzameling A2 - Eten en Restaurant 2 in Niveau A2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'A2 - Eten en Restaurant 2' in 'Niveau A2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

taste

/teɪst/

(noun) smaak, voorkeur;

(verb) proeven, smaken

Voorbeeld:

The soup has a delicious taste.
De soep heeft een heerlijke smaak.

diet

/ˈdaɪ.ət/

(noun) dieet, voeding, kuur;

(verb) diëten, op dieet zijn

Voorbeeld:

A healthy diet includes plenty of fruits and vegetables.
Een gezond dieet omvat veel fruit en groenten.

pork

/pɔːrk/

(noun) varkensvlees

Voorbeeld:

We had roasted pork for dinner.
We hadden gebraden varkensvlees als avondeten.

beef

/biːf/

(noun) rundvlees, klacht, bezwaar;

(verb) klagen, mopperen

Voorbeeld:

We had roast beef for dinner.
We hadden gebraden rundvlees voor het avondeten.

lamb

/læm/

(noun) lam, lamsvlees;

(verb) lammeren

Voorbeeld:

The shepherd carried a newborn lamb in his arms.
De herder droeg een pasgeboren lam in zijn armen.

tuna

/ˈtuː.nə/

(noun) tonijn

Voorbeeld:

The fisherman caught a huge tuna.
De visser ving een enorme tonijn.

omelet

/ˈɑː.mə.lət/

(noun) omelet

Voorbeeld:

I had a cheese omelet for breakfast.
Ik had een kaasomelet als ontbijt.

cookbook

/ˈkʊk.bʊk/

(noun) kookboek

Voorbeeld:

She bought a new cookbook to try out some Italian recipes.
Ze kocht een nieuw kookboek om enkele Italiaanse recepten uit te proberen.

grocery

/ˈɡroʊ.sɚ.i/

(noun) supermarkt, kruidenierswinkel, boodschappen

Voorbeeld:

I need to go to the grocery store to buy some milk.
Ik moet naar de supermarkt om melk te kopen.

tip

/tɪp/

(noun) fooi, tip, advies;

(verb) fooi geven, omkiepen, kantelen

Voorbeeld:

He left a generous tip for the waiter.
Hij liet een royale fooi achter voor de ober.

rest

/rest/

(noun) rust, pauze, rest;

(verb) rusten, uitrusten, liggen

Voorbeeld:

I need to take a rest after a long day.
Ik moet rusten na een lange dag.

leftovers

/ˈleft.oʊ.vərz/

(plural noun) restjes, overblijfselen, restanten

Voorbeeld:

We had leftovers for lunch the next day.
We hadden de volgende dag restjes voor de lunch.

steak

/steɪk/

(noun) steak, biefstuk, vissteak

Voorbeeld:

I ordered a juicy ribeye steak for dinner.
Ik bestelde een sappige ribeye steak voor het avondeten.

well-done

/ˌwelˈdʌn/

(adjective) doorbakken, goed gaar, goed gedaan;

(exclamation) goed gedaan, bravo

Voorbeeld:

I like my steak well-done, with no pink inside.
Ik hou van mijn biefstuk doorbakken, zonder roze vanbinnen.

medium

/ˈmiː.di.əm/

(noun) medium, middel, helderziende;

(adjective) medium, gemiddeld

Voorbeeld:

Television is a powerful medium for advertising.
Televisie is een krachtig medium voor reclame.

rare

/rer/

(adjective) zeldzaam, ongewoon, rood

Voorbeeld:

It's rare to see snow in this region.
Het is zeldzaam om sneeuw te zien in deze regio.

watery

/ˈwɑː.t̬ɚ.i/

(adjective) waterig, tranend, flauw

Voorbeeld:

The soup was thin and watery.
De soep was dun en waterig.

spicy

/ˈspaɪ.si/

(adjective) pittig, gekruid, pikant

Voorbeeld:

I love eating spicy food, especially curries.
Ik eet graag pittig eten, vooral curries.

bitter

/ˈbɪt̬.ɚ/

(adjective) bitter, verbitterd, moeilijk

Voorbeeld:

The coffee was very bitter without sugar.
De koffie was erg bitter zonder suiker.

vegetarian

/ˌvedʒ.əˈter.i.ən/

(noun) vegetariër;

(adjective) vegetarisch

Voorbeeld:

She has been a vegetarian for five years.
Ze is al vijf jaar vegetariër.

vegan

/ˈviː.ɡən/

(noun) veganist;

(adjective) veganistisch

Voorbeeld:

My sister became a vegan last year and feels much healthier.
Mijn zus werd vorig jaar veganist en voelt zich veel gezonder.

broccoli

/ˈbrɑː.kəl.i/

(noun) broccoli

Voorbeeld:

She steamed the broccoli until it was tender-crisp.
Ze stoomde de broccoli tot hij beetgaar was.

celery

/ˈsel.ɚ.i/

(noun) selderij

Voorbeeld:

She added chopped celery to the soup.
Ze voegde gehakte selderij toe aan de soep.

eggplant

/ˈeɡ.plænt/

(noun) aubergine

Voorbeeld:

She decided to grow eggplant in her garden this year.
Ze besloot dit jaar aubergine in haar tuin te kweken.

cabbage

/ˈkæb.ɪdʒ/

(noun) kool, geld, poen

Voorbeeld:

She chopped the cabbage for the coleslaw.
Ze hakte de kool voor de koolsla.

spinach

/ˈspɪn.ɪtʃ/

(noun) spinazie

Voorbeeld:

She added fresh spinach to her salad.
Ze voegde verse spinazie toe aan haar salade.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland