Avatar of Vocabulary Set A1 - Mensen

Vocabulaireverzameling A1 - Mensen in Niveau A1: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'A1 - Mensen' in 'Niveau A1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

man

/mæn/

(noun) man, mens;

(verb) bemannen, bezettent;

(exclamation) man

Voorbeeld:

The man walked into the room.
De man liep de kamer binnen.

woman

/ˈwʊm.ən/

(noun) vrouw

Voorbeeld:

The woman walked into the room.
De vrouw liep de kamer binnen.

boy

/bɔɪ/

(noun) jongen, kerel;

(exclamation) jongen, man

Voorbeeld:

The little boy was playing with his toy car.
De kleine jongen speelde met zijn speelgoedauto.

girl

/ɡɝːl/

(noun) meisje, meid, dochter

Voorbeeld:

The little girl was playing with her doll.
Het kleine meisje speelde met haar pop.

friend

/frend/

(noun) vriend, vriendin, supporter;

(verb) vrienden, toevoegen als vriend

Voorbeeld:

She introduced me to her best friend.
Ze stelde me voor aan haar beste vriendin.

boyfriend

/ˈbɔɪ.frend/

(noun) vriendje, partner

Voorbeeld:

She introduced me to her new boyfriend.
Ze stelde me voor aan haar nieuwe vriendje.

girlfriend

/ˈɡɝːl.frend/

(noun) vriendin

Voorbeeld:

He introduced me to his new girlfriend.
Hij stelde me voor aan zijn nieuwe vriendin.

person

/ˈpɝː.sən/

(noun) persoon, individu, personage

Voorbeeld:

She is a very kind person.
Zij is een heel aardig persoon.

people

/ˈpiː.pəl/

(noun) mensen, volk, natie;

(verb) bevolken, vullen

Voorbeeld:

Many people attended the concert.
Veel mensen woonden het concert bij.

adult

/ˈæd.ʌlt/

(noun) volwassene;

(adjective) volwassen, rijp

Voorbeeld:

Children must be accompanied by an adult.
Kinderen moeten worden begeleid door een volwassene.

teenager

/ˈtiːnˌeɪ.dʒɚ/

(noun) tiener, puber

Voorbeeld:

My daughter is a teenager now, she just turned 15.
Mijn dochter is nu een tiener, ze is net 15 geworden.

baby

/ˈbeɪ.bi/

(noun) baby, zuigeling, schatje;

(verb) verwennen, vertroetelen;

(adjective) klein, mini

Voorbeeld:

The new parents were overjoyed with their healthy baby.
De nieuwe ouders waren dolblij met hun gezonde baby.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland