Avatar of Vocabulary Set A1 - Mensen Beschrijven

Vocabulaireverzameling A1 - Mensen Beschrijven in Niveau A1: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'A1 - Mensen Beschrijven' in 'Niveau A1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

young

/jʌŋ/

(adjective) jong, beginnend;

(noun) de jeugd, jongeren

Voorbeeld:

She is a very young child.
Zij is een heel jong kind.

old

/oʊld/

(adjective) oud, voormalig, ouwe

Voorbeeld:

In the old days, people used to write letters.
In de oude dagen schreven mensen brieven.

stupid

/ˈstuː.pɪd/

(adjective) dom, stom;

(noun) domoor, stomkop

Voorbeeld:

That was a really stupid mistake.
Dat was echt een domme fout.

thirsty

/ˈθɝː.sti/

(adjective) dorstig, uitgedroogd, verlangend

Voorbeeld:

I'm so thirsty, I could drink a whole gallon of water.
Ik heb zo'n dorst, ik zou wel een hele liter water kunnen drinken.

fat

/fæt/

(noun) vet;

(adjective) dik, vet, groot

Voorbeeld:

The chef trimmed the excess fat from the meat.
De chef sneed het overtollige vet van het vlees.

thin

/θɪn/

(adjective) dun, mager, slank;

(verb) verdunnen, uitdunnen;

(adverb) dun

Voorbeeld:

The book has a thin cover.
Het boek heeft een dunne kaft.

tall

/tɑːl/

(adjective) lang, hoog, overdreven

Voorbeeld:

He is a very tall man.
Hij is een erg lange man.

middle-aged

/ˌmɪd.əlˈeɪdʒd/

(adjective) middelbare leeftijd, van middelbare leeftijd

Voorbeeld:

My parents are both middle-aged.
Mijn ouders zijn allebei van middelbare leeftijd.

smart

/smɑːrt/

(adjective) slim, intelligent, netjes;

(verb) pijn doen, prikken

Voorbeeld:

She's a very smart student and always gets good grades.
Ze is een heel slimme student en haalt altijd goede cijfers.

angry

/ˈæŋ.ɡri/

(adjective) boos, woedend

Voorbeeld:

She was very angry about the decision.
Ze was erg boos over de beslissing.

fine

/faɪn/

(adjective) fijn, uitstekend, goed;

(noun) boete, geldstraf;

(verb) beboeten, een boete opleggen;

(adverb) prima, goed

Voorbeeld:

This is a fine example of ancient pottery.
Dit is een fijn voorbeeld van oud aardewerk.

sad

/sæd/

(adjective) verdrietig, triest, droevig

Voorbeeld:

She felt sad after hearing the news.
Ze voelde zich verdrietig na het horen van het nieuws.

happy

/ˈhæp.i/

(adjective) blij, gelukkig, voorspoedig

Voorbeeld:

She was very happy with her new car.
Ze was erg blij met haar nieuwe auto.

hungry

/ˈhʌŋ.ɡri/

(adjective) hongerig, verlangend

Voorbeeld:

I'm so hungry, I could eat a horse!
Ik heb zo'n honger, ik zou een paard kunnen eten!

full

/fʊl/

(adjective) vol, volledig, totaal;

(adverb) vol, precies

Voorbeeld:

The basket is full of apples.
De mand is vol met appels.

ready

/ˈred.i/

(adjective) klaar, gereed, bereid;

(verb) klaarmaken, gereedmaken

Voorbeeld:

Are you ready to go?
Ben je klaar om te gaan?
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland