Vocabulaireverzameling A0 - In de kledingwinkel in A0 - Woordenschat voor beginners: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A0 - In de kledingwinkel' in 'A0 - Woordenschat voor beginners' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren /wɑːtʃ/
(verb) kijken, observeren, opletten;
(noun) horloge, wacht, bewaking
Voorbeeld:
I like to watch movies on weekends.
Ik kijk graag films in het weekend.
/ɡlæs/
(noun) glas;
(verb) inglasen, inmaken
Voorbeeld:
The window is made of glass.
Het raam is gemaakt van glas.
/hæt/
(noun) hoed, pet;
(verb) een hoed opzetten, van een hoed voorzien
Voorbeeld:
She wore a wide-brimmed hat to protect herself from the sun.
Ze droeg een breedgerande hoed om zichzelf tegen de zon te beschermen.
/kloʊðz/
(plural noun) kleding, kleren
Voorbeeld:
She bought some new clothes for the party.
Ze kocht nieuwe kleren voor het feest.
/bæɡ/
(noun) tas, zak, ding;
(verb) inpakken, verpakken, bemachtigen
Voorbeeld:
She packed her clothes in a large travel bag.
Ze pakte haar kleren in een grote reistas.
/ˈdʒæk.ɪt/
(noun) jas, jack, omslag
Voorbeeld:
She wore a warm winter jacket.
Ze droeg een warme winterjas.
/skɝːt/
(noun) rok, onderkant;
(verb) omzeilen, langsgaan, vermijden
Voorbeeld:
She wore a long, flowing skirt to the party.
Ze droeg een lange, zwierige rok naar het feest.
/ˈʃuː ˌʃɑːp/
(noun) schoenenwinkel
Voorbeeld:
I need to go to the shoe shop to buy new sneakers.
Ik moet naar de schoenenwinkel om nieuwe sneakers te kopen.
/ʃɝːt/
(noun) hemd, shirt
Voorbeeld:
He wore a blue shirt to the office.
Hij droeg een blauw hemd naar kantoor.
/dʒiːnz/
(plural noun) jeans, spijkerbroek
Voorbeeld:
She always wears blue jeans.
Ze draagt altijd blauwe jeans.
/dres/
(noun) jurk;
(verb) aankleden, dresseren, bereiden
Voorbeeld:
She wore a beautiful blue dress to the party.
Ze droeg een prachtige blauwe jurk naar het feest.