Vocabulaireverzameling A0 - Op het strand in A0 - Woordenschat voor beginners: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A0 - Op het strand' in 'A0 - Woordenschat voor beginners' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren /wɑːk/
(verb) lopen, wandelen, uitlaten;
(noun) wandeling, loopafstand
Voorbeeld:
She likes to walk in the park every morning.
Ze houdt ervan om elke ochtend in het park te wandelen.
/sænd/
(noun) zand;
(verb) schuren, gladschuren
Voorbeeld:
The children played in the sand on the beach.
De kinderen speelden in het zand op het strand.
/siː/
(noun) zee, meer, grote hoeveelheid
Voorbeeld:
The ship sailed across the vast sea.
Het schip zeilde over de uitgestrekte zee.
/sʌn/
(noun) zon, zonlicht, zonnewarmte;
(verb) zonnen, blootstellen aan de zon
Voorbeeld:
The sun is shining brightly today.
De zon schijnt vandaag fel.
/ʃel/
(noun) schaal, dop, schelp;
(verb) pellen, doppen, bombarderen
Voorbeeld:
She cracked the nut shell to get to the kernel.
Ze kraakte de noot dop om bij de pit te komen.
/ˈoʊ.ʃən/
(noun) oceaan, enorme hoeveelheid
Voorbeeld:
The ship sailed across the vast ocean.
Het schip zeilde over de uitgestrekte oceaan.
/weɪv/
(noun) golf, zwaai, gebaar;
(verb) zwaaien, wenken, wapperen
Voorbeeld:
The boat was tossed by the large waves.
De boot werd heen en weer geslingerd door de grote golven.
/ʃɪp/
(noun) schip, vaartuig;
(verb) verzenden, vervoeren
Voorbeeld:
The cargo ship sailed across the ocean.
Het vrachtschip zeilde over de oceaan.
/biːtʃ/
(noun) strand;
(verb) aan land brengen, stranden
Voorbeeld:
We spent the day relaxing on the beach.
We brachten de dag ontspannend door op het strand.