Betekenis van het woord torch in het Nederlands

Wat betekent torch in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

torch

US /tɔːrtʃ/
UK /tɔːtʃ/

Zelfstandig Naamwoord

1.

zaklamp

(US) a flashlight

Voorbeeld:
I need a torch to see in the dark.
Ik heb een zaklamp nodig om in het donker te zien.
The camper packed a torch and extra batteries.
De kampeerder pakte een zaklamp en extra batterijen in.
2.

zaklamp

(UK) a portable device that produces a beam of light

Voorbeeld:
He shone his torch into the dark cave.
Hij scheen met zijn zaklamp in de donkere grot.
The guide used a powerful torch to illuminate the path.
De gids gebruikte een krachtige zaklamp om het pad te verlichten.
3.

fakkel

a portable device producing a flame, used for illumination or to set fire to something

Voorbeeld:
The angry mob carried torches and pitchforks.
De boze menigte droeg fakkels en hooivorken.
They lit the way with a flaming torch.
Ze verlichtten de weg met een brandende fakkel.

Werkwoord

in brand steken, aansteken

to set fire to (something)

Voorbeeld:
The vandals threatened to torch the building.
De vandalen dreigden het gebouw in brand te steken.
He decided to torch the old shed in the backyard.
Hij besloot de oude schuur in de achtertuin in brand te steken.