Betekenis van het woord ties in het Nederlands
Wat betekent ties in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
ties
US /taɪz/
UK /taɪz/
Zelfstandig Naamwoord
1.
dassen
a strip of material worn around the collar and tied in a knot at the front, for decorative purposes
Voorbeeld:
•
He always wears a suit and ties to work.
Hij draagt altijd een pak en dassen naar zijn werk.
•
The store has a wide selection of colorful ties.
De winkel heeft een ruime keuze aan kleurrijke dassen.
2.
banden, verbindingen
strong connections or bonds between people or groups
Voorbeeld:
•
Family ties are very important to her.
Familiebanden zijn erg belangrijk voor haar.
•
The two countries have strong economic ties.
De twee landen hebben sterke economische banden.
Werkwoord
1.
binden, knopen
to fasten or secure with a cord, rope, or the like
Voorbeeld:
•
She ties her shoelaces before going for a run.
Ze knoopt haar veters voordat ze gaat rennen.
•
He carefully ties the knot in the rope.
Hij knoopt voorzichtig de knoop in het touw.
2.
gelijkspelen, evenaren
to achieve the same score or result as another competitor or team
Voorbeeld:
•
The two teams ties at the end of the game.
•
She ties with her opponent for first place.
Ze eindigt gelijk met haar tegenstander voor de eerste plaats.
Gerelateerd Woord: