Betekenis van het woord pairs in het Nederlands

Wat betekent pairs in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

pairs

US /perz/
UK /perz/

Meervoudig Zelfstandig Naamwoord

1.

paren

two corresponding things designed for use together

Voorbeeld:
I bought two new pairs of shoes.
Ik kocht twee nieuwe paren schoenen.
She has several pairs of earrings.
Ze heeft verschillende paren oorbellen.
2.

paren, koppels

two people or animals that are together

Voorbeeld:
The dance floor was filled with happy pairs.
De dansvloer was gevuld met blije paren.
The zoo has several breeding pairs of rare birds.
De dierentuin heeft verschillende broedparen zeldzame vogels.

Werkwoord

paren, koppelen

to arrange in pairs

Voorbeeld:
The teacher asked the students to pair up for the activity.
De leraar vroeg de studenten om zich te groeperen voor de activiteit.
We need to pair these socks by color.
We moeten deze sokken op kleur sorteren.