Betekenis van het woord halls in het Nederlands

Wat betekent halls in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

halls

US /hɔːlz/
UK /hɔːlz/

Meervoudig Zelfstandig Naamwoord

1.

gangen, hallen

the corridors or public areas of a building

Voorbeeld:
The students walked through the crowded halls between classes.
De studenten liepen door de drukke gangen tussen de lessen door.
The old mansion had grand halls and high ceilings.
Het oude landhuis had grote hallen en hoge plafonds.
2.

zalen, studentenhuizen

a large room or building for public assembly or entertainment

Voorbeeld:
The concert was held in the main hall of the city.
Het concert werd gehouden in de grote zaal van de stad.
Many universities have residence halls for students.
Veel universiteiten hebben studentenhuizen voor studenten.