Betekenis van het woord "got up" in het Nederlands
Wat betekent "got up" in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
got up
US /ɡɑt ʌp/
UK /ɡɒt ʌp/
Frasaal Werkwoord
1.
opstaan
to rise from bed after sleeping
Voorbeeld:
•
I got up early this morning to go for a run.
Ik ben vanmorgen vroeg opgestaan om te gaan hardlopen.
•
She usually gets up around 7 AM.
Ze staat meestal rond 7 uur 's ochtends op.
2.
opstaan
to stand up from a sitting or lying position
Voorbeeld:
•
The audience got up and applauded.
Het publiek stond op en applaudisseerde.
•
He got up from his chair to answer the door.
Hij stond op van zijn stoel om de deur te openen.
3.
zich aankleden
to dress oneself
Voorbeeld:
•
She got up in her best clothes for the party.
Ze kleedde zich aan in haar beste kleren voor het feest.
•
He got up quickly and went to work.
Hij kleedde zich snel aan en ging naar zijn werk.
Gerelateerd Woord: