Betekenis van het woord "gone off" in het Nederlands

Wat betekent "gone off" in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

gone off

US /ɡɔn ɔf/
UK /ɡɒn ɒf/

Frasaal Werkwoord

1.

bederven, slecht worden

(of food or drink) no longer fresh enough to eat or drink

Voorbeeld:
The milk has gone off; it smells sour.
De melk is bedorven; het ruikt zuur.
I think these leftovers have gone off.
Ik denk dat deze restjes bedorven zijn.
2.

afgaan, ontploffen

(of an alarm or explosive device) to make a sudden loud noise or explode

Voorbeeld:
The fire alarm went off in the middle of the night.
Het brandalarm ging af midden in de nacht.
The bomb went off, causing widespread damage.
De bom ging af, wat wijdverspreide schade veroorzaakte.
3.

vertrekken, weggaan

to leave a place; to depart

Voorbeeld:
They went off on their vacation early this morning.
Ze vertrokken vanochtend vroeg op vakantie.
The children went off to play in the park.
De kinderen gingen spelen in het park.
4.

uit zijn dak gaan, boos worden

(of a person) to become angry or excited

Voorbeeld:
He just went off at me for no reason.
Hij ging zomaar tegen me uit zijn dak.
She went off on a rant about the unfairness of the system.
Ze begon een tirade over de oneerlijkheid van het systeem.