Betekenis van het woord familiarity in het Nederlands
Wat betekent familiarity in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
familiarity
US /fəˌmɪl.iˈer.ə.t̬i/
UK /fəˌmɪl.iˈær.ə.ti/
Zelfstandig Naamwoord
1.
bekendheid, vertrouwdheid
close acquaintance with or knowledge of something
Voorbeeld:
•
His familiarity with the subject was evident in his detailed explanation.
Zijn bekendheid met het onderwerp was duidelijk in zijn gedetailleerde uitleg.
•
She gained familiarity with the software after weeks of practice.
Ze kreeg bekendheid met de software na weken oefenen.
2.
familiariteit, ongepast gedrag
informal behavior; excessive casualness
Voorbeeld:
•
His familiarity with the boss was sometimes inappropriate.
Zijn familiariteit met de baas was soms ongepast.
•
Don't mistake my kindness for familiarity.
Verwar mijn vriendelijkheid niet met familiariteit.