Betekenis van het woord faking in het Nederlands

Wat betekent faking in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

faking

US /ˈfeɪkɪŋ/
UK /ˈfeɪkɪŋ/

Zelfstandig Naamwoord

doen alsof, simulatie, vervalsing

the act of pretending or simulating something, often to deceive

Voorbeeld:
Her constant faking of illness eventually led to her dismissal.
Haar constante doen alsof ze ziek was, leidde uiteindelijk tot haar ontslag.
There was no mistaking the faking in his voice.
Er was geen twijfel mogelijk over het doen alsof in zijn stem.

Bijvoeglijk Naamwoord

nep, namaak, geveinsd

not genuine; simulated or artificial

Voorbeeld:
He gave a faking smile, trying to hide his true feelings.
Hij gaf een nepglimlach, om zijn ware gevoelens te verbergen.
The artist was accused of selling faking masterpieces.
De kunstenaar werd beschuldigd van het verkopen van nagemaakte meesterwerken.