Betekenis van het woord duchess in het Nederlands
Wat betekent duchess in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
duchess
US /ˈdʌtʃ.es/
UK /ˈdʌtʃ.es/
Zelfstandig Naamwoord
1.
hertogin
the wife or widow of a duke
Voorbeeld:
•
The Duchess of Cambridge attended the charity event.
De hertogin van Cambridge woonde het liefdadigheidsevenement bij.
•
She inherited the title of duchess after her husband's passing.
Ze erfde de titel van hertogin na het overlijden van haar man.
Synoniem:
Antoniem:
2.
regerende hertogin
a female ruler of a duchy in her own right
Voorbeeld:
•
The Grand Duchess ruled the territory with wisdom.
De groothertogin regeerde het grondgebied met wijsheid.
•
She was a powerful duchess in her own right, not just through marriage.
Ze was een machtige hertogin op eigen kracht, niet alleen door het huwelijk.
Synoniem:
Antoniem: