Betekenis van het woord crashed in het Nederlands

Wat betekent crashed in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

crashed

US /kræʃt/
UK /kræʃt/

Werkwoord

1.

botsen, crashen

to hit something hard, causing damage or injury

Voorbeeld:
The car crashed into a tree.
De auto botste tegen een boom.
The plane crashed shortly after takeoff.
Het vliegtuig crashte kort na het opstijgen.
2.

crashen, instorten

to fail suddenly or unexpectedly (especially of a computer system)

Voorbeeld:
My computer crashed in the middle of saving the document.
Mijn computer crashte midden in het opslaan van het document.
The stock market crashed, causing widespread panic.
De aandelenmarkt crashte, wat wijdverspreide paniek veroorzaakte.
3.

in slaap vallen, uitgeput zijn

to fall asleep quickly, especially when very tired

Voorbeeld:
After a long day, I just crashed on the sofa.
Na een lange dag ben ik gewoon op de bank in slaap gevallen.
He was so exhausted he crashed as soon as his head hit the pillow.
Hij was zo uitgeput dat hij in slaap viel zodra zijn hoofd het kussen raakte.

Bijvoeglijk Naamwoord

gecrasht, neergestort

having been involved in a collision or accident

Voorbeeld:
The crashed car was towed away.
De gecrashte auto werd weggesleept.
They found the crashed plane in the mountains.
Ze vonden het neergestorte vliegtuig in de bergen.