Betekenis van het woord carpools in het Nederlands

Wat betekent carpools in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

carpools

US /ˈkɑːrˌpuːlz/
UK /ˈkɑːˌpuːlz/

Zelfstandig Naamwoord

carpool, rijden in een carpool

an arrangement among a group of people to make a regular journey in a single vehicle, typically to work or school, to save expenses and protect the environment

Voorbeeld:
Our office encourages employees to form carpools to reduce traffic congestion.
Ons kantoor moedigt werknemers aan om carpools te vormen om verkeersopstoppingen te verminderen.
Many parents organize carpools for their children's school activities.
Veel ouders organiseren carpools voor de schoolactiviteiten van hun kinderen.

Werkwoord

carpoolen, samen rijden

to travel together in a car, sharing the driving and expenses

Voorbeeld:
We decided to carpool to the conference to save on gas and parking.
We besloten te carpoolen naar de conferentie om te besparen op benzine en parkeren.
Do you want to carpool with me to work tomorrow?
Wil je morgen met mij carpoolen naar het werk?