Betekenis van het woord boasting in het Nederlands

Wat betekent boasting in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

boasting

US /ˈboʊstɪŋ/
UK /ˈbəʊstɪŋ/

Zelfstandig Naamwoord

opschepperij, pocherei

the act of speaking with excessive pride and self-satisfaction about one's achievements, possessions, or abilities

Voorbeeld:
His constant boasting about his wealth made him unpopular.
Zijn constante opschepperij over zijn rijkdom maakte hem impopulair.
She couldn't stand his endless boasting.
Ze kon zijn eindeloze opschepperij niet uitstaan.

Bijvoeglijk Naamwoord

opschepperig, pochhans

speaking with excessive pride and self-satisfaction

Voorbeeld:
He gave a boasting speech about his achievements.
Hij hield een opschepperige toespraak over zijn prestaties.
Her boasting attitude annoyed everyone.
Haar opschepperige houding irriteerde iedereen.