Vocabulaireverzameling Mensen in omroepmedia in Media: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Mensen in omroepmedia' in 'Media' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) omroeper, presentator, omroep
Voorbeeld:
(noun) omroeper, presentator
Voorbeeld:
(noun) anker, steunpilaar, nieuwslezer;
(verb) ankeren, vastleggen, verankeren
Voorbeeld:
(noun) diskjockey, dj
Voorbeeld:
(noun) vloermanager, studiomanager, winkelmanager
Voorbeeld:
(noun) gast, hotelgast;
(verb) gastoptreden, te gast zijn
Voorbeeld:
(noun) gastheer, gastvrouw, menigte;
(verb) hosten, organiseren, onderbrengen
Voorbeeld:
(noun) nieuwslezer, nieuwslezeres
Voorbeeld:
(noun) producent, fabrikant, producent (biologie)
Voorbeeld:
(noun) frontman, leadzanger, stroman
Voorbeeld:
(noun) verteller, verhalenverteller
Voorbeeld:
(noun) sponsor, geldschieter, indiener;
(verb) sponsoren, financieren, ondersteunen
Voorbeeld:
(noun) stemacteur, stemactrice
Voorbeeld:
(noun) shockjock, controversiële radiopresentator
Voorbeeld:
(noun) meteoroloog, weerman
Voorbeeld:
(noun) kijker, toeschouwer
Voorbeeld:
(noun) luisteraar
Voorbeeld:
(noun) panellid
Voorbeeld:
(noun) slinger, wimpel, streamer
Voorbeeld: