Avatar of Vocabulary Set Talen 1

Vocabulaireverzameling Talen 1 in Taal: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Talen 1' in 'Taal' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

afrikaans

/ˌæf.rɪˈkɑːns/

(noun) Afrikaans;

(adjective) Afrikaans

Voorbeeld:

Many people in South Africa speak Afrikaans.
Veel mensen in Zuid-Afrika spreken Afrikaans.

Anglo-Saxon

/ˌæŋ.ɡloʊˈsæk.sən/

(noun) Angelsaks, Angelsaksen;

(adjective) Angelsaksisch

Voorbeeld:

The history of England begins with the arrival of the Anglo-Saxons.
De geschiedenis van Engeland begint met de komst van de Angelsaksen.

arabic

/ˈer.ə.bɪk/

(noun) Arabisch;

(adjective) Arabisch

Voorbeeld:

She is learning to speak Arabic.
Ze leert Arabisch spreken.

aramaic

/er.əˈmeɪ.ɪk/

(noun) Aramees;

(adjective) Aramees

Voorbeeld:

Many scholars believe that parts of the Bible were originally written in Aramaic.
Veel geleerden geloven dat delen van de Bijbel oorspronkelijk in het Aramees zijn geschreven.

Bahasa Indonesia

/bəˌhɑːsə ɪndəˈniːʒə/

(noun) Bahasa Indonesia, Indonesisch

Voorbeeld:

Many people in Indonesia speak Bahasa Indonesia as their first language.
Veel mensen in Indonesië spreken Bahasa Indonesia als hun eerste taal.

Bahasa Malaysia

/bəˌhɑːsə məˈleɪʒə/

(noun) Bahasa Malaysia, Maleisisch

Voorbeeld:

Many official documents in Malaysia are written in Bahasa Malaysia.
Veel officiële documenten in Maleisië zijn geschreven in Bahasa Malaysia.

bangla

/ˈbæŋ.ɡləː/

(noun) Bengaals

Voorbeeld:

She is learning Bangla to communicate with her new neighbors.
Ze leert Bengaals om met haar nieuwe buren te communiceren.

basque

/bæsk/

(noun) Bask, Baskisch;

(adjective) Baskisch

Voorbeeld:

The Basque people have a unique culture and language.
Het Baskische volk heeft een unieke cultuur en taal.

bengali

/beŋˈɡɔː.li/

(noun) Bengaal, Bengaalse, Bengaals;

(adjective) Bengaals

Voorbeeld:

Many Bengalis celebrate Pohela Boishakh, the Bengali New Year.
Veel Bengalen vieren Pohela Boishakh, het Bengaalse Nieuwjaar.

breton

/ˈbretən/

(noun) Breton, inwoner van Bretagne, Bretons;

(adjective) Bretons

Voorbeeld:

The old Breton told stories of the sea.
De oude Breton vertelde verhalen over de zee.

cantonese

/kæn.təˈniːz/

(noun) Kantonees;

(adjective) Kantonees

Voorbeeld:

She grew up speaking Cantonese at home.
Ze groeide op met het spreken van Kantonees thuis.

carib

/ˈkærɪb/

(noun) Carib, Caraïben, Caribisch;

(adjective) Caribisch

Voorbeeld:

The Carib people were known for their seafaring skills.
Het Carib volk stond bekend om hun zeevaartvaardigheden.

catalan

/ˈkæt̬.ə.lɑːn/

(noun) Catalaans;

(adjective) Catalaans

Voorbeeld:

She is fluent in Spanish and Catalan.
Ze spreekt vloeiend Spaans en Catalaans.

Chinese

/tʃaɪˈniːz/

(noun) Chinees, Chinezen;

(adjective) Chinees

Voorbeeld:

Many Chinese live abroad.
Veel Chinezen wonen in het buitenland.

cornish

/ˈkɔːr.nɪʃ/

(adjective) Cornish, uit Cornwall;

(noun) Cornish (taal)

Voorbeeld:

She is proud of her Cornish heritage.
Ze is trots op haar Cornish erfgoed.

creole

/ˈkriː.oʊl/

(noun) Creool, Creoolse taal;

(adjective) Creools

Voorbeeld:

Many people in Louisiana identify as Creole.
Veel mensen in Louisiana identificeren zich als Creool.

Danish

/ˈdeɪ.nɪʃ/

(noun) Deens;

(adjective) Deens

Voorbeeld:

She is learning to speak Danish.
Ze leert Deens spreken.

Dharuk

/ˈdɑːrʊk/

(noun) Dharuk (taal), Dharuk (volk)

Voorbeeld:

The linguist studied the grammar of Dharuk.
De taalkundige bestudeerde de grammatica van het Dharuk.

dutch

/dʌtʃ/

(noun) Nederlands;

(adjective) Nederlands, Hollands

Voorbeeld:

She is fluent in Dutch and English.
Ze spreekt vloeiend Nederlands en Engels.

English

/ˈɪŋ.ɡlɪʃ/

(noun) Engels;

(adjective) Engels

Voorbeeld:

She is fluent in English and French.
Ze spreekt vloeiend Engels en Frans.

erse

/ɝːs/

(noun) Iers-Gaelisch, Schots-Gaelisch

Voorbeeld:

Many ancient texts are written in Erse.
Veel oude teksten zijn geschreven in het Iers-Gaelisch.

etruscan

/ɪˈtrʌskən/

(noun) Etrusk, Etrusken;

(adjective) Etruskisch

Voorbeeld:

The art and culture of the Etruscans greatly influenced early Roman civilization.
De kunst en cultuur van de Etrusken beïnvloedden de vroege Romeinse beschaving sterk.

filipino

/ˌfɪl.ɪˈpiː.noʊ/

(noun) Filipino, Filipijnse, Filipijns;

(adjective) Filipijns

Voorbeeld:

Many Filipinos work abroad to support their families.
Veel Filipino's werken in het buitenland om hun families te onderhouden.

flemish

/ˈflem.ɪʃ/

(noun) Vlaams;

(adjective) Vlaams

Voorbeeld:

Many people in Belgium speak Flemish.
Veel mensen in België spreken Vlaams.

French

/frentʃ/

(noun) Frans, Fransen;

(adjective) Frans

Voorbeeld:

She is learning to speak French.
Ze leert Frans spreken.

gaelic

/ˈɡæl.ɪk/

(noun) Gaelisch, Schots-Gaelisch;

(adjective) Gaelisch, Goidelisch

Voorbeeld:

Many traditional Scottish songs are sung in Gaelic.
Veel traditionele Schotse liederen worden in het Gaelisch gezongen.

Gaulish

/ˈɡɔːlɪʃ/

(adjective) Gallisch;

(noun) Gallisch

Voorbeeld:

The archaeologist discovered ancient Gaulish artifacts.
De archeoloog ontdekte oude Gallische artefacten.

German

/ˈdʒɝː.mən/

(noun) Duitser, Duitsers, Duits;

(adjective) Duits

Voorbeeld:

He is a German who moved to Canada.
Hij is een Duitser die naar Canada verhuisde.

Greek

/ɡriːk/

(noun) Griek;

(adjective) Grieks

Voorbeeld:

He is a proud Greek, deeply connected to his heritage.
Hij is een trotse Griek, diep verbonden met zijn erfgoed.

gujarati

/ˌɡʊdʒ.əˈrɑː.t̬i/

(noun) Gujarati, inwoner van Gujarat, Gujarati-taal;

(adjective) Gujarati, Gujarati's

Voorbeeld:

Many Gujaratis have settled in other parts of the world.
Veel Gujarati's hebben zich in andere delen van de wereld gevestigd.

gullah

/ˈɡʌlə/

(noun) Gullah, Gullah (taal);

(adjective) Gullah (gerelateerd)

Voorbeeld:

The Gullah people have a rich cultural heritage.
Het Gullah volk heeft een rijk cultureel erfgoed.

hausa

/ˈhaʊsə/

(noun) Hausa, Hausa (taal)

Voorbeeld:

The Hausa are known for their rich cultural heritage.
De Hausa staan bekend om hun rijke culturele erfgoed.

hebrew

/ˈhiː.bruː/

(noun) Hebreeër, Hebreeuws;

(adjective) Hebreeuws

Voorbeeld:

The ancient Hebrews migrated to the land of Canaan.
De oude Hebreeërs migreerden naar het land Kanaän.

heritage language

/ˈher.ɪ.tɪdʒ ˌlæŋ.ɡwɪdʒ/

(noun) erftaal, thuistaal

Voorbeeld:

Many second-generation immigrants learn their parents' heritage language to stay connected to their roots.
Veel tweedegeneratie-immigranten leren de erftaal van hun ouders om verbonden te blijven met hun wortels.

hindi

/ˈhɪn.di/

(noun) Hindi

Voorbeeld:

She is learning to speak Hindi.
Ze leert Hindi spreken.

igbo

/ˈɪɡboʊ/

(noun) Igbo, Igbo (taal)

Voorbeeld:

The Igbo are one of the largest ethnic groups in Nigeria.
De Igbo zijn een van de grootste etnische groepen in Nigeria.

irish

/ˈaɪə.rɪʃ/

(adjective) Iers;

(noun) Iers

Voorbeeld:

She has a strong Irish accent.
Ze heeft een sterk Iers accent.

Italian

/ɪˈtæl.jən/

(noun) Italiaan, Italiaanse, Italiaans;

(adjective) Italiaans

Voorbeeld:

He is an Italian who moved to New York.
Hij is een Italiaan die naar New York verhuisde.

Japanese

/ˌdʒæp.ənˈiːz/

(adjective) Japans;

(noun) Japans

Voorbeeld:

She is studying Japanese history.
Ze studeert Japanse geschiedenis.

javanese

/ˌdʒɑːvəˈniːz/

(noun) Javaan, Javaanse, Javaans;

(adjective) Javaans

Voorbeeld:

Many Javanese people are known for their rich cultural traditions.
Veel Javanen staan bekend om hun rijke culturele tradities.

kannada

/ˈkæn.ə.də/

(noun) Kannada;

(adjective) Kannada

Voorbeeld:

She is learning Kannada to communicate with her grandparents.
Ze leert Kannada om met haar grootouders te communiceren.

khmer

/kəˈmer/

(noun) Khmer, Khmers, Khmertaal;

(adjective) Khmer, Cambodjaans

Voorbeeld:

Many Khmer people live in rural areas of Cambodia.
Veel Khmer mensen wonen in landelijke gebieden van Cambodja.

kiswahili

/kɪsˈwɑːhɪli/

(noun) Swahili

Voorbeeld:

Many people in East Africa speak Kiswahili.
Veel mensen in Oost-Afrika spreken Swahili.

Lahnda

/ˈlɑːndə/

(noun) Lahnda

Voorbeeld:

Many people in southern Punjab speak Lahnda dialects.
Veel mensen in Zuid-Punjab spreken Lahnda-dialecten.

latin

/ˈlæt̬.ɪn/

(noun) Latijn;

(adjective) Latijns

Voorbeeld:

Many English words have their roots in Latin.
Veel Engelse woorden hebben hun wortels in het Latijn.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland