Vocabulaireverzameling Stoelen en Krukken in Huis en Tuin: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Stoelen en Krukken' in 'Huis en Tuin' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) stoel, voorzitter, leider;
(verb) voorzitten, leiden
Voorbeeld:
(noun) kruk, ontlasting, feces;
(verb) ontlasten, poepen
Voorbeeld:
(noun) fauteuil, leunstoel;
(adjective) fauteuil-, theoretisch
Voorbeeld:
(noun) banket, zitbank, verhoogd pad
Voorbeeld:
(noun) bank, werkbank, laboratoriumtafel;
(verb) banken, op de bank zetten, benchmarken
Voorbeeld:
(noun) zitzak, pittenzak, zandzakje
Voorbeeld:
(noun) beeldhouwer, houtsnijder, vleesmes
Voorbeeld:
(noun) fauteuil, luie stoel
Voorbeeld:
(noun) kinderstoel
Voorbeeld:
(noun) luiaard, hangmat, ligstoel
Voorbeeld:
(noun) poef, voetenbank, pouf;
(verb) poefen, opbollen
Voorbeeld:
(noun) draaistoel, bureaustoel
Voorbeeld:
(noun) Windsorstoel
Voorbeeld:
(noun) oorfauteuil, vleugelstoel
Voorbeeld:
(noun) schommelstoel
Voorbeeld:
(noun) voetenbank, voetbankje
Voorbeeld:
(noun) barkruk
Voorbeeld:
(noun) poef, voetenbank;
(adjective) Ottomaans
Voorbeeld:
(noun) been, poot, etappe;
(verb) lopen, rennen
Voorbeeld:
(noun) armleuning
Voorbeeld:
(noun) kussen, buffer, stootkussen;
(verb) verzachten, dempen, opvangen
Voorbeeld:
(noun) zitplaats, stoel, zetel;
(verb) plaatsen, doen zitten
Voorbeeld: