Vocabulaireverzameling Beddengoed en Onderdelen van een Bed in Huis en Tuin: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Beddengoed en Onderdelen van een Bed' in 'Huis en Tuin' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren /ˈmæt.rəs/
(noun) matras
Voorbeeld:
I need a new mattress for my bed.
Ik heb een nieuw matras nodig voor mijn bed.
/ˈbed.poʊst/
(noun) bedpost, bedstijl
Voorbeeld:
She tied a ribbon around the bedpost.
Ze bond een lint om de bedpost.
/ˈbed.saɪd/
(noun) nachtkastje, bedzijde;
(adjective) aan het bed, naast het bed
Voorbeeld:
She placed the book on her bedside table.
Ze legde het boek op haar nachtkastje.
/ˈbed.sted/
(noun) bedframe, bedstede
Voorbeeld:
The antique bedstead was made of ornate carved wood.
Het antieke bedframe was gemaakt van sierlijk gesneden hout.
/ʃiːt/
(noun) laken, beddenlaken, blad;
(verb) bedekken, bekleden
Voorbeeld:
I need to change the bed sheets today.
Ik moet vandaag de beddenlakens verschonen.
/ˈkʌm.fə.t̬ɚ/
(noun) dekbed, sprei, trooster
Voorbeeld:
She pulled the soft comforter up to her chin.
Ze trok het zachte dekbed tot aan haar kin.
/ˈpɪl.oʊ/
(noun) kussen;
(verb) neerleggen, ondersteunen
Voorbeeld:
She fluffed her pillow before lying down.
Ze klopte haar kussen op voordat ze ging liggen.
/ˈblæŋ.kɪt/
(noun) deken, sprei, laag;
(adjective) algemeen, uitgebreid;
(verb) bedekken, omhullen
Voorbeeld:
She pulled the blanket up to her chin.
Ze trok de deken tot aan haar kin.
/θroʊ/
(verb) gooien, werpen, omverwerpen;
(noun) worp, gooi, plaid
Voorbeeld:
He decided to throw the ball to his dog.
Hij besloot de bal naar zijn hond te gooien.
/ˈbed.spred/
(noun) sprei, beddensprei
Voorbeeld:
She smoothed the floral bedspread before making the bed.
Ze streek de bloemige sprei glad voordat ze het bed opmaakte.
/kwɪlt/
(noun) quilt, sprei;
(verb) quilten, doorstikken
Voorbeeld:
My grandmother made me a beautiful patchwork quilt.
Mijn grootmoeder maakte me een prachtige patchwork quilt.
/ˈpɪl.oʊ.keɪs/
(noun) kussensloop
Voorbeeld:
I need to change the pillowcase on my bed.
Ik moet de kussensloop op mijn bed verschonen.
/ˈbɑːks sprɪŋ/
(noun) boxspring, matrasbodem
Voorbeeld:
The new bed came with a mattress and a matching box spring.
Het nieuwe bed kwam met een matras en een bijpassende boxspring.
/ˈfʊt.bɔːrd/
(noun) voetbord, treeplank
Voorbeeld:
The antique bed had an intricately carved footboard.
Het antieke bed had een ingewikkeld gesneden voetbord.