Vocabulaireverzameling Soorten maaltijden in Eten, Drinken en Serveren: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Soorten maaltijden' in 'Eten, Drinken en Serveren' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) ontbijt;
(verb) ontbijten
Voorbeeld:
(noun) tiffin, lichte maaltijd, tiffin-doos
Voorbeeld:
(noun) brunch;
(verb) brunchen
Voorbeeld:
(noun) elevenses, tussendoortje in de ochtend
Voorbeeld:
(noun) lunch, middagmaaltijd;
(verb) lunchen
Voorbeeld:
(noun) lunchpakket, broodtrommel
Voorbeeld:
(noun) afternoon tea, high tea
Voorbeeld:
(noun) high tea, stevige theemaaltijd
Voorbeeld:
(noun) diner, avondeten
Voorbeeld:
(noun) dinerfeest, diner
Voorbeeld:
(noun) avondeten, souper
Voorbeeld:
(noun) banket, feestmaal;
(verb) banketteren, feestvieren
Voorbeeld:
(noun) barbecue, BBQ, grill;
(verb) barbecueën, grillen
Voorbeeld:
(noun) buffet, buffetkast, dressoir;
(verb) beuken, treffen, rammen
Voorbeeld:
(noun) verzameling, vergelijking, collatie
Voorbeeld:
(noun) haute cuisine, fijne keuken
Voorbeeld:
(noun) picknick;
(verb) picknicken
Voorbeeld:
(noun) potluck, gezamenlijke maaltijd, wat de pot schaft
Voorbeeld:
(noun) kant-en-klaarmaaltijd, diepvriesmaaltijd
Voorbeeld:
(noun) Iftar, vastenmaaltijd
Voorbeeld:
(verb) bijten, hap, aantasten;
(noun) beet, hap, hapje
Voorbeeld:
(noun) stevige maaltijd, complete maaltijd
Voorbeeld:
(noun) continentaal ontbijt
Voorbeeld:
(noun) barbecue, braai
Voorbeeld:
(noun) cream tea, thee met scones en clotted cream
Voorbeeld:
(noun) Engels ontbijt
Voorbeeld:
(noun) feestmaal, banket, feestdag;
(verb) feesten, banketteren, traktatie geven
Voorbeeld:
(noun) vloeibare lunch, alcoholische lunch
Voorbeeld:
(noun) lunch, middagmaaltijd
Voorbeeld:
(noun) feestmaal, maaltijd
Voorbeeld:
(noun) maaltijd, eten
Voorbeeld:
(noun) kant-en-klaarmaaltijd, magnetronmaaltijd
Voorbeeld:
(noun) smorgasbord, buffet, breed scala
Voorbeeld:
(noun) snack, tussendoortje;
(verb) snacken, tussendoor eten
Voorbeeld:
(verb) verspreiden, uitbreiden, uitspreiden;
(noun) verspreiding, uitbreiding, broodbeleg
Voorbeeld:
(noun) afhaalmaaltijd, afhaalrestaurant, boodschap;
(adjective) afhaal, voor afhaal
Voorbeeld:
(noun) afhaalmaaltijd, afhaaleten, afhalen;
(adjective) afhaal, meeneem
Voorbeeld:
(verb) gaan, zich begeven, werken
Voorbeeld:
(noun) huwelijksontbijt, bruiloftsmaaltijd
Voorbeeld: