Avatar of Vocabulary Set Historische Kleding

Vocabulaireverzameling Historische Kleding in Kleding en Mode: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Historische Kleding' in 'Kleding en Mode' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

hose

/hoʊz/

(noun) slang, kousen, panty;

(verb) afspuiten, besproeien

Voorbeeld:

He connected the hose to the faucet to water the plants.
Hij sloot de slang aan op de kraan om de planten water te geven.

toga

/ˈtoʊ.ɡə/

(noun) toga

Voorbeeld:

Roman senators often wore a white toga.
Romeinse senatoren droegen vaak een witte toga.

armor

/ˈɑːr.mɚ/

(noun) harnas, pantser, beschermlaag;

(verb) bepantseren, beschermen

Voorbeeld:

The knight wore a full suit of armor into battle.
De ridder droeg een volledig harnas in de strijd.

tabard

/ˈtæb.ɚd/

(noun) tabbaard, wapenrok, tunica

Voorbeeld:

The knight wore a colorful tabard over his chainmail.
De ridder droeg een kleurrijke tabbaard over zijn maliënkolder.

cockade

/kɑːˈkeɪd/

(noun) kokarde

Voorbeeld:

The officer wore a distinctive cockade on his bicorne hat.
De officier droeg een opvallende kokarde op zijn tweekantige hoed.

loincloth

/ˈlɔɪn.klɑːθ/

(noun) lendendoek

Voorbeeld:

The tribal chief wore a simple loincloth.
De stamhoofd droeg een eenvoudige lendendoek.

codpiece

/ˈkɑːd.piːs/

(noun) schamkapsel

Voorbeeld:

The knight's armor included a prominent codpiece.
Het harnas van de ridder bevatte een prominente schamkapsel.

tippet

/ˈtɪp.ɪt/

(noun) tippet, stola

Voorbeeld:

She wore a warm fur tippet to the winter ball.
Ze droeg een warme bonten tippet naar het winterbal.

bustle

/ˈbʌs.əl/

(verb) haasten, drukte maken;

(noun) drukte, gewoel, tournure

Voorbeeld:

She bustled around the kitchen, preparing dinner.
Ze drukte zich door de keuken, het avondeten bereidend.

ruff

/rʌf/

(noun) kraag, plooikraag, pos;

(verb) blaffen, snauwen

Voorbeeld:

The queen's portrait showed her wearing an elaborate lace ruff.
Het portret van de koningin toonde haar met een uitgebreide kanten kraag.

chain mail

/ˈtʃeɪn meɪl/

(noun) maliënkolder, kettingpantser

Voorbeeld:

The knight wore a full suit of chain mail into battle.
De ridder droeg een volledig pak maliënkolder de strijd in.

doublet

/ˈdʌb.lət/

(noun) doublet, tweelingwoord, wambuis

Voorbeeld:

The words 'fragile' and 'frail' are doublets, both coming from the Latin 'fragilis'.
De woorden 'fragile' en 'frail' zijn doubletten, beide afkomstig van het Latijnse 'fragilis'.

frock coat

/ˈfrɑːk koʊt/

(noun) rokjas, frock coat

Voorbeeld:

The gentleman wore a distinguished frock coat to the ball.
De heer droeg een voorname rokjas naar het bal.

mail

/meɪl/

(noun) post, e-mail;

(verb) posten, mailen

Voorbeeld:

Did you check the mail today?
Heb je de post vandaag gecontroleerd?

jerkin

/ˈdʒɝː.kɪn/

(noun) jerkin, wambuis

Voorbeeld:

The knight wore a leather jerkin over his chainmail.
De ridder droeg een leren jerkin over zijn maliënkolder.

pallium

/ˈpæl.i.əm/

(noun) pallium, mantel, hersenschors

Voorbeeld:

The philosopher was depicted wearing a traditional pallium.
De filosoof werd afgebeeld met een traditionele pallium.

riding habit

/ˈraɪdɪŋ ˌhæbɪt/

(noun) rijbroek, rijkostuum

Voorbeeld:

She wore a traditional green riding habit for the equestrian event.
Ze droeg een traditionele groene rijbroek voor het paardensportevenement.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland