Avatar of Vocabulary Set Boog en Gewelf

Vocabulaireverzameling Boog en Gewelf in Architectuur en Constructie: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Boog en Gewelf' in 'Architectuur en Constructie' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

haunch

/hɑːntʃ/

(noun) achterbout, heup, bout

Voorbeeld:

The dog sat on its haunches, patiently waiting for a treat.
De hond zat op zijn achterpoten, geduldig wachtend op een traktatie.

keystone

/ˈkiː.stoʊn/

(noun) sluitsteen, kern

Voorbeeld:

The architect carefully placed the keystone to complete the arch.
De architect plaatste zorgvuldig de sluitsteen om de boog te voltooien.

crown

/kraʊn/

(noun) kroon, Kroon, monarchie;

(verb) kronen, bekronen, toppen

Voorbeeld:

The queen wore a magnificent crown during the ceremony.
De koningin droeg een prachtige kroon tijdens de ceremonie.

rise

/raɪz/

(verb) rijzen, stijgen, opgaan;

(noun) stijging, opkomst, verhoging

Voorbeeld:

The sun began to rise over the mountains.
De zon begon te rijzen boven de bergen.

span

/spæn/

(noun) overspanning, duur, bereik;

(verb) overspannen, bestrijken

Voorbeeld:

The bridge has a span of 200 meters.
De brug heeft een overspanning van 200 meter.

abutment

/əˈbʌt.mənt/

(noun) aansluiting, landhoofd, steunpunt

Voorbeeld:

The bridge's main abutment was reinforced with concrete.
De hoofdaansluiting van de brug werd versterkt met beton.

groin

/ɡrɔɪn/

(noun) lies, gewelfrib, kruisgewelf

Voorbeeld:

He pulled a muscle in his groin while playing soccer.
Hij verrekte een spier in zijn lies tijdens het voetballen.

panel

/ˈpæn.əl/

(noun) paneel, plaat, panel;

(verb) bekleden, betimmeren

Voorbeeld:

The car door had a dented panel.
De autodeur had een gedeukt paneel.

squinch

/skwɪntʃ/

(verb) samenknijpen, verfrommelen, hurken;

(noun) frons, trek

Voorbeeld:

He had to squinch his eyes to read the small print.
Hij moest zijn ogen samenknijpen om de kleine lettertjes te lezen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland