Avatar of Vocabulary Set Kantoorprocedures

Vocabulaireverzameling Kantoorprocedures in TOEIC Essentiële 600 Woorden: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Kantoorprocedures' in 'TOEIC Essentiële 600 Woorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

appreciation

/əˌpriː.ʃiˈeɪ.ʃən/

(noun) waardering, erkenning, waardestijging

Voorbeeld:

She showed her appreciation for the gift with a warm smile.
Ze toonde haar waardering voor het cadeau met een warme glimlach.

be made of

/biːt əˈraʊnd ðə bʊʃ/

(phrase) gemaakt van, bestaan uit, van

Voorbeeld:

The table is made of wood.
De tafel is gemaakt van hout.

bring in

/brɪŋ ɪn/

(phrasal verb) invoeren, introduceren, opleveren

Voorbeeld:

The government plans to bring in new regulations next year.
De regering is van plan volgend jaar nieuwe regelgeving in te voeren.

casually

/ˈkæʒ.uː.ə.li/

(adverb) casual, informeel, terloops

Voorbeeld:

He dressed casually for the picnic.
Hij kleedde zich casual voor de picknick.

code

/koʊd/

(noun) code, geheimschrift, reglement;

(verb) coderen, versleutelen, programmeren

Voorbeeld:

The message was written in code.
Het bericht was in code geschreven.

expose

/ɪkˈspoʊz/

(verb) blootstellen, onthullen, blootstellen aan

Voorbeeld:

The archaeological dig exposed ancient ruins.
De archeologische opgraving legde oude ruïnes bloot.

glimpse

/ɡlɪmps/

(noun) glimp, inkijk;

(verb) glimpen, kort zien

Voorbeeld:

I caught a glimpse of her as she walked by.
Ik ving een glimp van haar op toen ze voorbijliep.

out of

/aʊt əv/

(preposition) uit, zonder, vanwege

Voorbeeld:

She walked out of the room.
Ze liep de kamer uit.

outdated

/ˌaʊtˈdeɪ.t̬ɪd/

(adjective) verouderd, achterhaald

Voorbeeld:

These maps are outdated; we need new ones.
Deze kaarten zijn verouderd; we hebben nieuwe nodig.

practice

/ˈpræk.tɪs/

(noun) praktijk, toepassing, gewoonte;

(verb) oefenen, trainen, uitoefenen

Voorbeeld:

It's a good theory, but it won't work in practice.
Het is een goede theorie, maar het zal in de praktijk niet werken.

reinforce

/ˌriː.ɪnˈfɔːrs/

(verb) versterken, verstevigen, aanvullen

Voorbeeld:

The builders will reinforce the concrete with steel bars.
De bouwers zullen het beton versterken met stalen staven.

verbally

/ˈvɝː.bəl.i/

(adverb) mondeling, verbaal, woordelijk

Voorbeeld:

He expressed his concerns verbally.
Hij uitte zijn zorgen mondeling.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland