Vocabulaireverzameling Basis 2 in Dag 26 - Rekeningbalans en kinderlijke piëteit: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Basis 2' in 'Dag 26 - Rekeningbalans en kinderlijke piëteit' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(phrase) op zijn vroegst
Voorbeeld:
(phrase) tegelijkertijd, gelijktijdig, desondanks
Voorbeeld:
(phrase) op dit moment, op dit punt
Voorbeeld:
(noun) automatische betaling, automatische incasso
Voorbeeld:
(noun) bankier
Voorbeeld:
(noun) bankieren, bankwezen
Voorbeeld:
(phrase) gewend zijn aan
Voorbeeld:
(phrase) tegen het einde van het jaar
Voorbeeld:
(phrase) tegen deze tijd, omstreeks deze tijd
Voorbeeld:
(noun) bediende, klerk, secretaris;
(verb) als klerk werken, klerkswerk doen
Voorbeeld:
(adjective) gezellig, knus, behaaglijk
Voorbeeld:
(noun) creditcardnummer
Voorbeeld:
(verb) drijven, zweven, laten zweven;
(noun) dobber, vlotter, praalwagen
Voorbeeld:
(phrase) voor korte tijd, even
Voorbeeld:
(noun) gebaar, teken;
(verb) gebaren, wijzen
Voorbeeld:
(noun) hand, handschrift, wijzer;
(verb) overhandigen, aanreiken
Voorbeeld:
(preposition) naast, bijna, vrijwel
Voorbeeld:
(noun) wachtwoord
Voorbeeld:
(noun) munt;
(verb) bedenken, creëren, slaan
Voorbeeld:
(noun) avondnieuws
Voorbeeld:
(adverb) gul, vrijgevig, rijkelijk
Voorbeeld:
(phrase) bovendien, daarnaast
Voorbeeld:
(phrase) naast, bovenop
Voorbeeld:
(phrase) kortom, in het kort
Voorbeeld:
(adjective) dankbaar
Voorbeeld:
(adjective) onnodig, overbodig
Voorbeeld:
(adjective) nuttig, bruikbaar
Voorbeeld: