Vocabulaireverzameling 800 punten in Dag 20 - Geld besparen: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling '800 punten' in 'Dag 20 - Geld besparen' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(phrase) een exemplaar van, een kopie van
Voorbeeld:
(phrase) in een hoog tempo, snel
Voorbeeld:
(phrase) toegewezen worden aan
Voorbeeld:
(phrase) lijken op, vergelijkbaar zijn met
Voorbeeld:
(phrasal verb) samenbrengen, verenigen, samenvoegen
Voorbeeld:
(adverb) zeker, beslist, uiteraard
Voorbeeld:
(phrasal verb) rekenen voor, vragen voor
Voorbeeld:
(phrasal verb) verminderen, beperken, omhakken
Voorbeeld:
(phrasal verb) kiezen voor, besluiten tot
Voorbeeld:
(adjective) vlak, plat, dun;
(noun) appartement, flat;
(adverb) plat, horizontaal
Voorbeeld:
(adjective) vlekkeloos, perfect, onberispelijk
Voorbeeld:
(noun) handboek, gids
Voorbeeld:
(adjective) handgeschreven
Voorbeeld:
(noun) fenomeen, verschijnsel, wonder
Voorbeeld:
(noun) recordhoogte
Voorbeeld:
(verb) resetten, opnieuw instellen, zetten;
(noun) reset, herstart
Voorbeeld:
(phrase) kijken of, zien of
Voorbeeld:
(noun) vervolg, gevolg, uitvloeisel
Voorbeeld:
(idiom) een afspraakje regelen, een datum prikken
Voorbeeld:
(verb) slijpen, scherpen, verbeteren
Voorbeeld:
(adverb) naast elkaar, samen
Voorbeeld:
(phrase) evenzeer, gelijkelijk
Voorbeeld:
(noun) accountant, boekhouder
Voorbeeld:
(phrase) daarentegen, in tegenstelling hiermee
Voorbeeld:
(noun) chief financial officer, financieel directeur
Voorbeeld:
(adjective) corrigerend, herstellend;
(noun) correctie, herstelmaatregel
Voorbeeld:
(verb) vervangen, verdringen, verplaatsen
Voorbeeld:
(phrase) allesbehalve, verre van
Voorbeeld:
(noun) frequentie, regelmaat, golflengte
Voorbeeld:
(adverb) indrukwekkend
Voorbeeld:
(idiom) op zichzelf zijn, zich afzonderen
Voorbeeld:
(adverb) overdreven, te
Voorbeeld:
(adjective) redelijk, billijk, verstandig
Voorbeeld:
(phrasal verb) lijken op, opvolgen
Voorbeeld:
(adjective) onbekend, vreemd, onbekend met
Voorbeeld:
(phrase) gevolgd worden door
Voorbeeld:
(phrase) een reeks, een serie, een snoer
Voorbeeld:
(verb) activeren, inschakelen, stimuleren
Voorbeeld:
(phrasal verb) optellen tot, uitkomen op, kloppen
Voorbeeld:
(noun) jaarbegroting, jaarlijks budget
Voorbeeld:
(noun) jaarverslag
Voorbeeld:
(adverb) ernstig, slecht, onvoldoende
Voorbeeld:
(adverb) nauwelijks, net, openlijk
Voorbeeld:
(phrase) eigendom zijn van, toebehoren aan
Voorbeeld:
(phrase) geschikt zijn voor, passen bij
Voorbeeld:
(noun) boekhouder
Voorbeeld:
(adjective) onderweg naar, bestemd voor
Voorbeeld:
(noun) berekening, calculatie, inschatting
Voorbeeld:
(noun) annulering, opheffing
Voorbeeld:
(noun) hoofdstad, kapitaal, vermogen;
(adjective) kapitaal, doodstraf, uitstekend
Voorbeeld:
(noun) categorie, klasse
Voorbeeld:
(collocation) terugbetaling claimen, geld terugvragen
Voorbeeld:
(adverb) collectief, gezamenlijk
Voorbeeld:
(phrase) A combineren met B, A samenvoegen met B
Voorbeeld:
(noun) commercieel gebruik
Voorbeeld:
(noun) gemeenschappelijke interesse, gemeenschappelijk belang
Voorbeeld:
(verb) componeren, schrijven, bestaan uit
Voorbeeld:
(noun) adviesbureau, consultancybureau
Voorbeeld:
(noun) omzetting, conversie, bekering
Voorbeeld:
(noun) cijfer, vinger, teen
Voorbeeld:
(adjective) monetair, geldelijk
Voorbeeld:
(noun) uitgave, kosten
Voorbeeld:
(noun) plaats van herkomst, geboorteplaats
Voorbeeld:
(noun) inkooporder, bestelbon
Voorbeeld:
(adverb) rigoureus, strikt, grondig
Voorbeeld:
(noun) verzend- en administratiekosten, verzend- en behandelingskosten
Voorbeeld:
(phrase) het apparaat loskoppelen, de stekker uit het stopcontact halen
Voorbeeld:
(phrase) ruim van tevoren, ver van tevoren
Voorbeeld: