Vocabulaireverzameling Sport in Geavanceerde woordenschat voor TOEFL: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Sport' in 'Geavanceerde woordenschat voor TOEFL' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) croquet;
(verb) croquetten
Voorbeeld:
(noun) worstelen, strijden
Voorbeeld:
(noun) abseilen;
(verb) abseilend
Voorbeeld:
(noun) tienkamp
Voorbeeld:
(noun) grand slam, grand slam (honkbal)
Voorbeeld:
(noun) Grand Prix
Voorbeeld:
(noun) lacrosse
Voorbeeld:
(noun) weltergewicht;
(adjective) weltergewicht
Voorbeeld:
(noun) discus
Voorbeeld:
(noun) speer, werpspeer
Voorbeeld:
(noun) regatta, roeiregatta
Voorbeeld:
(noun) softbal;
(adjective) makkelijk, eenvoudig
Voorbeeld:
(noun) steeplechase, hindernisrennen, hindernisloop;
(verb) steeplechase, hindernisrennen
Voorbeeld:
(noun) Major League, Hoofdklasse;
(adjective) topklasse, van het hoogste niveau
Voorbeeld:
(noun) debutant, debutante, nieuweling
Voorbeeld:
(noun) beginner, nieuweling
Voorbeeld:
(noun) underdog, zwakkere partij
Voorbeeld:
(noun) verdeling, scheiding, afdeling
Voorbeeld:
(noun) grillrooster, rooster, voetbalveld
Voorbeeld:
(verb) kwijlen, druppelen, dribbelen;
(noun) druppel, straaltje, dribbel
Voorbeeld:
(verb) rommelen, laten vallen, prutsen;
(noun) fout, blunder
Voorbeeld:
(noun) wedstrijd, duel, combinatie
Voorbeeld:
(noun) wimpel, vaandel, titel
Voorbeeld:
(noun) podium, spreekgestoelte, erepodium
Voorbeeld:
(verb) abseilen;
(noun) abseil
Voorbeeld:
(noun) intervaltraining
Voorbeeld:
(adjective) vies, vuil, stinkend;
(noun) overtreding, fout;
(verb) overtreden, een overtreding begaan
Voorbeeld:
(noun) dope, drugs, informatie;
(adjective) geweldig, vet;
(verb) dopen, drugs toedienen
Voorbeeld:
(noun) knock-out, KO, stoot;
(adjective) knock-out, verdovend
Voorbeeld: