Avatar of Vocabulary Set Bioloog

Vocabulaireverzameling Bioloog in Geavanceerde woordenschat voor TOEFL: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Bioloog' in 'Geavanceerde woordenschat voor TOEFL' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

anatomy

/əˈnæt̬.ə.mi/

(noun) anatomie, lichaamsbouw, analyse

Voorbeeld:

She is studying human anatomy at university.
Ze studeert menselijke anatomie aan de universiteit.

chromosome

/ˈkroʊ.mə.soʊm/

(noun) chromosoom

Voorbeeld:

Humans have 23 pairs of chromosomes.
Mensen hebben 23 paar chromosomen.

X chromosome

/ˈeks ˌkroʊ.mə.soʊm/

(noun) X-chromosoom

Voorbeeld:

Females typically have two X chromosomes, while males have one X and one Y.
Vrouwtjes hebben doorgaans twee X-chromosomen, terwijl mannetjes één X en één Y hebben.

Y chromosome

/ˈwaɪ ˌkroʊ.mə.soʊm/

(noun) Y-chromosoom

Voorbeeld:

The Y chromosome is passed down from father to son.
Het Y-chromosoom wordt doorgegeven van vader op zoon.

enzyme

/ˈen.zaɪm/

(noun) enzym

Voorbeeld:

Digestion relies on various enzymes to break down food.
De spijsvertering is afhankelijk van verschillende enzymen om voedsel af te breken.

antigen

/ˈæn.tɪ.dʒən/

(noun) antigeen

Voorbeeld:

The vaccine introduces a weakened antigen to stimulate antibody production.
Het vaccin introduceert een verzwakt antigeen om de antilichaamproductie te stimuleren.

microbe

/ˈmaɪ.kroʊb/

(noun) microbe, kiem

Voorbeeld:

Scientists are studying how different microbes interact in the soil.
Wetenschappers bestuderen hoe verschillende microben in de bodem met elkaar omgaan.

incubate

/ˈɪŋ.kjə.beɪt/

(verb) uitbroeden, broeden, incubeert

Voorbeeld:

The hen will incubate her eggs for 21 days.
De kip zal haar eieren 21 dagen uitbroeden.

fetus

/ˈfiː.t̬əs/

(noun) foetus

Voorbeeld:

The doctor monitored the development of the fetus.
De arts controleerde de ontwikkeling van de foetus.

embryo

/ˈem.bri.oʊ/

(noun) embryo, kiem, beginstadium

Voorbeeld:

The doctor explained the development of the embryo.
De dokter legde de ontwikkeling van het embryo uit.

ovulate

/ˈɑː.vjuː.leɪt/

(verb) ovuleren

Voorbeeld:

Women typically ovulate once a month.
Vrouwen ovuleren doorgaans één keer per maand.

mutate

/mjuːˈteɪt/

(verb) muteren, veranderen

Voorbeeld:

The virus has mutated into a more dangerous strain.
Het virus is gemuteerd in een gevaarlijkere variant.

mutant

/ˈmjuː.tənt/

(noun) mutant;

(adjective) mutant, gemuteerd

Voorbeeld:

The scientists discovered a new mutant strain of bacteria.
De wetenschappers ontdekten een nieuwe mutante bacteriestam.

lymph

/lɪmf/

(noun) lymfe

Voorbeeld:

The lymph nodes in his neck were swollen due to the infection.
De lymfeklieren in zijn nek waren opgezwollen door de infectie.

stem cell

/ˈstem ˌsel/

(noun) stamcel

Voorbeeld:

Doctors are researching how stem cells can be used to treat spinal cord injuries.
Artsen onderzoeken hoe stamcellen kunnen worden gebruikt om ruggenmergletsel te behandelen.

membrane

/ˈmem.breɪn/

(noun) membraan, vlies, folie

Voorbeeld:

The cell is surrounded by a protective membrane.
De cel is omgeven door een beschermend membraan.

lipid

/ˈlɪp.ɪd/

(noun) lipide, vetstof

Voorbeeld:

The cell membrane is primarily composed of a bilayer of lipids.
Het celmembraan is voornamelijk opgebouwd uit een dubbellaag van lipiden.

amino acid

/ˌæm.ɪ.noʊ ˈæs.ɪd/

(noun) aminozuur

Voorbeeld:

Proteins are made up of long chains of amino acids.
Eiwitten zijn opgebouwd uit lange ketens van aminozuren.

neuron

/ˈnʊr.ɑːn/

(noun) neuron, zenuwcel

Voorbeeld:

The brain contains billions of neurons.
De hersenen bevatten miljarden neuronen.

neurotransmitter

/ˌnʊr.oʊ.trænsˈmɪt̬.ɚ/

(noun) neurotransmitter

Voorbeeld:

Dopamine is a neurotransmitter that plays a role in how we feel pleasure.
Dopamine is een neurotransmitter die een rol speelt in hoe we plezier ervaren.

mitochondrion

/ˌmaɪ.t̬oʊˈkɑːn.dri.ən/

(noun) mitochondrion

Voorbeeld:

The mitochondrion is often called the powerhouse of the cell.
Het mitochondrion wordt vaak de energiecentrale van de cel genoemd.

anaerobic

/ˌæn.əˈroʊ.bɪk/

(adjective) anaeroob, zuurstofloos

Voorbeeld:

Anaerobic bacteria thrive in environments without oxygen.
Anaerobe bacteriën gedijen goed in omgevingen zonder zuurstof.

cortisol

/ˈkɔːr.t̬ə.zɑːl/

(noun) cortisol

Voorbeeld:

High levels of cortisol can lead to increased anxiety and sleep problems.
Hoge niveaus van cortisol kunnen leiden tot verhoogde angst en slaapproblemen.

testosterone

/ˌtesˈtɑː.stɚ.oʊn/

(noun) testosteron

Voorbeeld:

High levels of testosterone are associated with male pattern baldness.
Hoge niveaus van testosteron worden geassocieerd met mannelijke kaalheid.

insulin

/ˈɪn.sə.lɪn/

(noun) insuline

Voorbeeld:

Patients with type 1 diabetes require daily insulin injections.
Patiënten met type 1 diabetes hebben dagelijks insuline-injecties nodig.

secrete

/sɪˈkriːt/

(verb) afscheiden, uitscheiden, verbergen

Voorbeeld:

The glands secrete hormones into the bloodstream.
De klieren scheiden hormonen af in de bloedbaan.

RNA

/ˌɑːr.enˈeɪ/

(abbreviation) RNA, ribonucleïnezuur

Voorbeeld:

Messenger RNA carries genetic information from DNA to ribosomes.
Boodschapper-RNA draagt genetische informatie van DNA naar ribosomen.

receptor

/-tɚ/

(noun) receptor, ontvanger, celreceptor

Voorbeeld:

The eye contains light-sensitive receptors.
Het oog bevat lichtgevoelige receptoren.

genome

/ˈdʒiː.noʊm/

(noun) genoom

Voorbeeld:

Scientists are working to map the human genome.
Wetenschappers werken aan het in kaart brengen van het menselijk genoom.

dominant

/ˈdɑː.mə.nənt/

(adjective) dominant, overheersend

Voorbeeld:

The company has a dominant position in the market.
Het bedrijf heeft een dominante positie in de markt.

genetic code

/dʒəˈnet̬.ɪk koʊd/

(noun) genetische code

Voorbeeld:

Scientists have finally mapped the entire genetic code of that species.
Wetenschappers hebben eindelijk de volledige genetische code van die soort in kaart gebracht.

stimulus

/ˈstɪm.jə.ləs/

(noun) stimulus, prikkel, stimulans

Voorbeeld:

Light is a stimulus for the eyes.
Licht is een stimulus voor de ogen.

estrogen

/ˈes.trə.dʒən/

(noun) oestrogeen

Voorbeeld:

Estrogen levels fluctuate during the menstrual cycle.
Oestrogeenniveaus fluctueren tijdens de menstruatiecyclus.

hybrid

/ˈhaɪ.brɪd/

(noun) hybride, mengsel, kruising;

(adjective) hybride, gemengd

Voorbeeld:

The new car is a hybrid, running on both gasoline and electricity.
De nieuwe auto is een hybride, rijdend op zowel benzine als elektriciteit.

clone

/kloʊn/

(noun) kloon, dubbelganger;

(verb) klonen, kopiëren, dupliceren

Voorbeeld:

Scientists successfully created a clone of the sheep.
Wetenschappers creëerden met succes een kloon van het schaap.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland