Vocabulaireverzameling Fysieke kenmerken in SAT Science-woordenschat: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Fysieke kenmerken' in 'SAT Science-woordenschat' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) verbranding
Voorbeeld:
(noun) ontsteking, aansteken, contactslot
Voorbeeld:
(noun) geur, stank
Voorbeeld:
(noun) aroma, geur
Voorbeeld:
(noun) smaak, geur, angel;
(verb) geuren, smaken
Voorbeeld:
(noun) capaciteit, inhoud, vermogen
Voorbeeld:
(noun) duurzaamheid, houdbaarheid, sterkte
Voorbeeld:
(noun) luister, pracht, praal
Voorbeeld:
(noun) glitter, pracht en praal;
(verb) opglitteren, versieren
Voorbeeld:
(noun) glamour, aantrekkingskracht, uitstraling;
(verb) glamouriseren, aantrekkelijker maken
Voorbeeld:
(noun) drijfvermogen, opwaartse kracht, opgewektheid
Voorbeeld:
(noun) snelheid, velociteit
Voorbeeld:
(adjective) bewegingloos, inactief, levenloos
Voorbeeld:
(adjective) kunstmatig, synthetisch, geaffecteerd
Voorbeeld:
(adjective) synthetisch, kunstmatig, onecht
Voorbeeld:
(adjective) mechanisch, werktuigkundig, automatisch
Voorbeeld:
(adjective) tastbaar, concreet, duidelijk
Voorbeeld:
(adjective) zinderend, drukkend heet
Voorbeeld:
(adjective) geurig, welriekend
Voorbeeld:
(adjective) ongerept, oorspronkelijk, vlekkeloos
Voorbeeld:
(adjective) smerig, vies
Voorbeeld:
(adjective) bederfelijk;
(plural noun) bederfelijke goederen
Voorbeeld:
(adjective) ruimtelijk
Voorbeeld:
(adjective) topologisch
Voorbeeld:
(adjective) vlekkeloos, onberispelijk, perfect
Voorbeeld:
(adjective) luchtdicht, hermetisch, waterdicht
Voorbeeld:
(adjective) ballistisch, razend, woedend
Voorbeeld:
(adverb) kortaf, bars
Voorbeeld:
(adjective) ontvlambaar, brandbaar
Voorbeeld:
(adjective) bijtend, corrosief, scherp;
(noun) bijtende stof
Voorbeeld:
(adjective) onverstoorbaar, kalm, onbewogen
Voorbeeld:
(adjective) vochtig, klam
Voorbeeld:
(adjective) viskeus, stroperig
Voorbeeld:
(adjective) wankel, brak, gammel
Voorbeeld:
(adjective) onbezoedeld, onbesmet, onbevlekt
Voorbeeld:
(adjective) hartig, smaakvol, respectabel;
(noun) bonenkruid
Voorbeeld:
(adjective) ouderwets, verouderd
Voorbeeld:
(adjective) verouderd, achterhaald
Voorbeeld:
(adjective) verouderd, achterhaald;
(verb) verouderen, achterhaald maken
Voorbeeld:
(verb) stinken, walmen, stinken naar;
(noun) stank, walm
Voorbeeld:
(verb) overschaduwen, overtreffen, beschaduwen
Voorbeeld: