Vocabulaireverzameling Algemeen Vastgoed in Onroerend goed: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Algemeen Vastgoed' in 'Onroerend goed' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren /ˈprɑː.dʒekt/
(noun) project, plan;
(verb) projecteren, voorspellen, werpen
Voorbeeld:
The team is working on a new software project.
Het team werkt aan een nieuw softwareproject.
/ˈriːəl ɪˈsteɪt/
(noun) vastgoed, onroerend goed
Voorbeeld:
She works as a real estate agent.
Ze werkt als makelaar.
/dɪˈvel.ə.pɚ/
(noun) ontwikkelaar, ontwikkelvloeistof
Voorbeeld:
She works as a software developer for a tech company.
Zij werkt als softwareontwikkelaar voor een technologiebedrijf.
/ˈprɑː.pɚ.t̬i/
(noun) eigendom, bezit, pand
Voorbeeld:
The house is my personal property.
Het huis is mijn persoonlijke eigendom.
/kənˈstrʌk.t̬ɚ/
(noun) aannemer, bouwer, constructor
Voorbeeld:
The constructor completed the new bridge ahead of schedule.
De aannemer voltooide de nieuwe brug eerder dan gepland.
/ˈɑːr.kə.tekt/
(noun) architect, bedenker, ontwerper
Voorbeeld:
The architect presented the blueprints for the new library.
De architect presenteerde de blauwdrukken voor de nieuwe bibliotheek.
/ˈsuː.pɚ.vaɪ.zɚ/
(noun) supervisor, leidinggevende
Voorbeeld:
My supervisor approved my leave request.
Mijn supervisor heeft mijn verlofaanvraag goedgekeurd.
/ɪnˈves.t̬ɚ/
(noun) investeerder
Voorbeeld:
She is a long-term investor in the stock market.
Zij is een langetermijninvesteerder op de aandelenmarkt.