Avatar of Vocabulary Set Gezondheid

Vocabulaireverzameling Gezondheid in Algemene IELTS-woordenschat (band 8-9): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Gezondheid' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 8-9)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

be (as) fit as a fiddle

/bi əz fɪt əz ə ˈfɪdl/

(idiom) kerngezond, fit als een hoentje

Voorbeeld:

My grandmother is 80 years old, but she's still as fit as a fiddle.
Mijn grootmoeder is 80 jaar oud, maar ze is nog steeds kerngezond.

peppy

/ˈpep.i/

(adjective) opgewekt, levendig, pittig

Voorbeeld:

She gave a peppy speech that motivated the whole team.
Ze hield een opgewekte toespraak die het hele team motiveerde.

spry

/spraɪ/

(adjective) kwiek, levendig, vlug

Voorbeeld:

Despite her age, she was still very spry and enjoyed dancing.
Ondanks haar leeftijd was ze nog steeds erg levendig en genoot ze van dansen.

chipper

/ˈtʃɪp.ɚ/

(adjective) vrolijk, opgewekt;

(noun) versnipperaar, hakselaar

Voorbeeld:

You seem very chipper this morning!
Je ziet er erg vrolijk uit vanochtend!

anemic

/əˈniː.mɪk/

(adjective) anemisch, bloedarmoede hebbend, futloos

Voorbeeld:

The patient was diagnosed as anemic and prescribed iron supplements.
De patiënt werd gediagnosticeerd als anemisch en kreeg ijzersupplementen voorgeschreven.

ailing

/ˈeɪ.lɪŋ/

(adjective) ziek, kwakkelend, problematisch

Voorbeeld:

My ailing grandmother needs constant care.
Mijn zieke grootmoeder heeft constante zorg nodig.

sallow

/ˈsæl.oʊ/

(adjective) vaal, gelig

Voorbeeld:

After weeks of illness, her face was thin and sallow.
Na weken van ziekte was haar gezicht mager en vaal.

prostrate

/ˈprɑː.streɪt/

(adjective) neerliggend, geprostreerd;

(verb) zich neerwerpen

Voorbeeld:

The monks were prostrate before the altar.
De monniken lagen geknield voor het altaar.

spent

/spent/

(past tense) uitgegeven, doorgebracht;

(adjective) uitgeput, leeg

Voorbeeld:

I spent all my money on books.
Ik gaf al mijn geld uit aan boeken.

pallid

/ˈpæl.ɪd/

(adjective) bleek, vaal, flets

Voorbeeld:

Her face was pallid and drawn after the long illness.
Haar gezicht was bleek en vermagerd na de lange ziekte.

languorous

/ˈlæŋ.ɡɚ.əs/

(adjective) loom, smachtend

Voorbeeld:

They spent a languorous afternoon lying by the pool.
Ze brachten een lome middag door bij het zwembad.

wither

/ˈwɪð.ɚ/

(verb) verwelken, uitdrogen, ineenkrimpen

Voorbeeld:

The flowers began to wither in the heat.
De bloemen begonnen te verwelken in de hitte.

ghastly

/ˈɡæst.li/

(adjective) afschuwelijk, vreselijk, lijkbleek;

(adverb) vreselijk, afschuwelijk

Voorbeeld:

The accident was a ghastly sight.
Het ongeluk was een afschuwelijk gezicht.

restorative

/rɪˈstɔːr.ə.t̬ɪv/

(adjective) herstellend, verkwikkend;

(noun) hersteldrank, versterkend middel

Voorbeeld:

A good night's sleep can be truly restorative.
Een goede nachtrust kan echt herstellend zijn.

stricken

/ˈstrɪk.ən/

(adjective) getroffen, aangedaan;

(past participle) geslagen, getroffen

Voorbeeld:

He was stricken with grief after the loss of his pet.
Hij was getroffen door verdriet na het verlies van zijn huisdier.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland