Avatar of Vocabulary Set Rijk en succesvol

Vocabulaireverzameling Rijk en succesvol in Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Rijk en succesvol' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

thriving

/ˈθraɪ.vɪŋ/

(adjective) bloeiend, welvarend

Voorbeeld:

The local economy is thriving, with new businesses opening every month.
De lokale economie is bloeiend, met elke maand nieuwe bedrijven die openen.

triumphant

/traɪˈʌm.fənt/

(adjective) triomfantelijk, zegevierend, jubelend

Voorbeeld:

The team returned home triumphant after winning the championship.
Het team keerde triomfantelijk terug naar huis na het winnen van het kampioenschap.

flourishing

/ˈflɝː.ɪ.ʃɪŋ/

(adjective) bloeiend, welvarend

Voorbeeld:

The business is flourishing under new management.
Het bedrijf bloeit onder nieuw management.

proficient

/prəˈfɪʃ.ənt/

(adjective) bedreven, bekwaam, vaardig

Voorbeeld:

She is highly proficient in several programming languages.
Ze is zeer bedreven in verschillende programmeertalen.

competent

/ˈkɑːm.pə.t̬ənt/

(adjective) bekwaam, competent, kundig

Voorbeeld:

She is a highly competent manager.
Zij is een zeer competente manager.

eminent

/ˈem.ə.nənt/

(adjective) vooraanstaand, eminent, gerenommeerd

Voorbeeld:

He is an eminent scholar in the field of astrophysics.
Hij is een vooraanstaand geleerde op het gebied van astrofysica.

distinguished

/dɪˈstɪŋ.ɡwɪʃt/

(adjective) vooraanstaand, gerenommeerd, onderscheiden

Voorbeeld:

He is a distinguished professor in the field of physics.
Hij is een vooraanstaand professor op het gebied van natuurkunde.

affluent

/ˈæf.lu.ənt/

(adjective) welvarend, rijk

Voorbeeld:

They live in an affluent neighborhood in the suburbs.
Ze wonen in een welvarende buurt in de buitenwijken.

moneyed

/ˈmʌn.id/

(adjective) vermogend, rijk

Voorbeeld:

The charity event was attended by the moneyed elite of the city.
Het liefdadigheidsevenement werd bijgewoond door de vermogende elite van de stad.

recognized

/ˈrek.əɡ.naɪzd/

(adjective) erkend, erkende, herkend;

(past participle) erkend, herkend

Voorbeeld:

He is a recognized expert in his field.
Hij is een erkende expert in zijn vakgebied.

fortunate

/ˈfɔːr.tʃən.ət/

(adjective) gelukkig, fortuinlijk, gunstig

Voorbeeld:

She was fortunate to find a job so quickly.
Ze had het geluk zo snel een baan te vinden.

attain

/əˈteɪn/

(verb) bereiken, verkrijgen, halen

Voorbeeld:

He worked hard to attain his goals.
Hij werkte hard om zijn doelen te bereiken.

surpass

/sɚˈpæs/

(verb) overtreffen, overstijgen

Voorbeeld:

The company's profits are expected to surpass last year's record.
De winst van het bedrijf zal naar verwachting het record van vorig jaar overtreffen.

outdo

/ˌaʊtˈduː/

(verb) overtreffen, overvleugelen

Voorbeeld:

She managed to outdo all her rivals in the final race.
Ze slaagde erin al haar rivalen te overtreffen in de laatste race.

realize

/ˈriː.ə.laɪz/

(verb) zich realiseren, beseffen, realiseren

Voorbeeld:

She suddenly realized that she had left her phone at home.
Ze realiseerde zich plotseling dat ze haar telefoon thuis had laten liggen.

nail

/neɪl/

(noun) spijker, nagel;

(verb) spijkeren, vastspijkeren, pakken

Voorbeeld:

He hammered a nail into the wall to hang the picture.
Hij sloeg een spijker in de muur om de foto op te hangen.

implement

/ˈɪm.plə.ment/

(noun) werktuig, gereedschap;

(verb) implementeren, uitvoeren

Voorbeeld:

Agricultural implements are essential for farming.
Landbouwwerktuigen zijn essentieel voor de landbouw.

exceed

/ɪkˈsiːd/

(verb) overtreffen, overschrijden

Voorbeeld:

The cost must not exceed $100.
De kosten mogen niet meer dan $100 bedragen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland