Vocabulaireverzameling Structuur in Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Structuur' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) hobbelig, onrustig
Voorbeeld:
(adjective) korrelig, granuleus, grijzig
Voorbeeld:
(adjective) zijdezacht, zijdeachtig, fluweelzacht
Voorbeeld:
(adjective) fluweelzacht, zacht
Voorbeeld:
(adjective) glad, glimmend, gelikt;
(noun) olievlek, gladde plek;
(verb) glad maken, glimmend maken
Voorbeeld:
(adjective) donzig, harig, wazig
Voorbeeld:
(adjective) donzig, pluizig, luchtig
Voorbeeld:
(adjective) glad, glibberig, ongrijpbaar
Voorbeeld:
(adjective) taai, kauwbaar
Voorbeeld:
(adjective) modderig, sneeuwbrij, sentimenteel;
(noun) slushy, slush-drank
Voorbeeld:
(adjective) poederachtig, poederig
Voorbeeld:
(adjective) leerachtig, taai
Voorbeeld:
(adjective) krokant, korstig, nors
Voorbeeld:
(adjective) glanzend, glimmend, gelikt
Voorbeeld:
(adjective) wasachtig, wasachtig van uiterlijk, bleek
Voorbeeld:
(adjective) wollig, harig, vaag
Voorbeeld:
(adjective) elastisch, rekbaar, flexibel;
(noun) elastiek, rekband
Voorbeeld:
(adjective) schuimend, schuimig
Voorbeeld:
(adjective) vederachtig, geveerd
Voorbeeld:
(adjective) golvend, gegolfd
Voorbeeld:
(adjective) grasrijk, met gras begroeid, grasachtig
Voorbeeld: