Avatar of Vocabulary Set Structuur

Vocabulaireverzameling Structuur in Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Structuur' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

bumpy

/ˈbʌm.pi/

(adjective) hobbelig, onrustig

Voorbeeld:

The road to the village was very bumpy.
De weg naar het dorp was erg hobbelig.

grainy

/ˈɡreɪ.ni/

(adjective) korrelig, granuleus, grijzig

Voorbeeld:

The sand felt grainy between my toes.
Het zand voelde korrelig tussen mijn tenen.

silky

/ˈsɪl.ki/

(adjective) zijdezacht, zijdeachtig, fluweelzacht

Voorbeeld:

The cat's fur was incredibly silky to the touch.
De vacht van de kat voelde ongelooflijk zijdezacht aan.

velvety

/ˈvel.və.t̬i/

(adjective) fluweelzacht, zacht

Voorbeeld:

The rose petals had a velvety texture.
De rozenblaadjes hadden een fluweelzachte textuur.

slick

/slɪk/

(adjective) glad, glimmend, gelikt;

(noun) olievlek, gladde plek;

(verb) glad maken, glimmend maken

Voorbeeld:

The road was slick with ice.
De weg was glad van het ijs.

fuzzy

/ˈfʌz.i/

(adjective) donzig, harig, wazig

Voorbeeld:

The kitten had soft, fuzzy fur.
Het kitten had zachte, donzige vacht.

fluffy

/ˈflʌf.i/

(adjective) donzig, pluizig, luchtig

Voorbeeld:

The kitten had soft, fluffy fur.
Het kitten had zachte, donzige vacht.

slippery

/ˈslɪp.ɚ.i/

(adjective) glad, glibberig, ongrijpbaar

Voorbeeld:

The road was wet and slippery after the rain.
De weg was nat en glad na de regen.

chewy

/ˈtʃuː.i/

(adjective) taai, kauwbaar

Voorbeeld:

The steak was a bit chewy, but still flavorful.
De biefstuk was een beetje taai, maar nog steeds smaakvol.

slushy

/ˈslʌʃ.i/

(adjective) modderig, sneeuwbrij, sentimenteel;

(noun) slushy, slush-drank

Voorbeeld:

The roads were slushy after the snowstorm.
De wegen waren modderig na de sneeuwstorm.

powdery

/ˈpaʊ.dɚ.i/

(adjective) poederachtig, poederig

Voorbeeld:

The skiers enjoyed the fresh, powdery snow.
De skiërs genoten van de verse, poederachtige sneeuw.

leathery

/ˈleð.ɚ.i/

(adjective) leerachtig, taai

Voorbeeld:

The old fisherman had leathery skin from years of sun exposure.
De oude visser had een leerachtige huid door jarenlange blootstelling aan de zon.

crusty

/ˈkrʌs.ti/

(adjective) krokant, korstig, nors

Voorbeeld:

The baker pulled a loaf of warm, crusty bread from the oven.
De bakker haalde een warm, krokant brood uit de oven.

glossy

/ˈɡlɑː.si/

(adjective) glanzend, glimmend, gelikt

Voorbeeld:

The magazine has a glossy cover.
Het tijdschrift heeft een glanzende omslag.

waxy

/ˈwæk.si/

(adjective) wasachtig, wasachtig van uiterlijk, bleek

Voorbeeld:

The plant has thick, waxy leaves that help it retain water.
De plant heeft dikke, wasachtige bladeren die helpen water vast te houden.

wooly

/ˈwʊl.i/

(adjective) wollig, harig, vaag

Voorbeeld:

The sheep had a thick, wooly coat.
Het schaap had een dikke, wollige vacht.

elastic

/iˈlæs.tɪk/

(adjective) elastisch, rekbaar, flexibel;

(noun) elastiek, rekband

Voorbeeld:

The waistband of these trousers is very elastic.
De tailleband van deze broek is erg elastisch.

foamy

/ˈfoʊ.mi/

(adjective) schuimend, schuimig

Voorbeeld:

He poured the foamy beer into a glass.
Hij schonk het schuimende bier in een glas.

feathery

/ˈfeð.ɚ.i/

(adjective) vederachtig, geveerd

Voorbeeld:

The sky was filled with feathery white clouds.
De lucht was gevuld met vederlichte witte wolken.

wavy

/ˈweɪ.vi/

(adjective) golvend, gegolfd

Voorbeeld:

She has beautiful long wavy hair.
Ze heeft prachtig lang golvend haar.

grassy

/ˈɡræs.i/

(adjective) grasrijk, met gras begroeid, grasachtig

Voorbeeld:

We sat on a grassy bank to have our picnic.
We zaten op een grasrijke oever om te picknicken.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland