Vocabulaireverzameling Intensiteit in Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Intensiteit' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren /prəˈfaʊnd/
(adjective) diepgaand, intens, grondig
Voorbeeld:
The discovery had a profound impact on scientific thought.
De ontdekking had een diepgaande invloed op het wetenschappelijke denken.
/fɪrs/
(adjective) woest, hevig, fel
Voorbeeld:
The lion gave a fierce roar.
De leeuw gaf een woeste brul.
/ɪˈmɑː.dɚ.ət/
(adjective) onmatig, buitensporig
Voorbeeld:
The doctor warned him about the dangers of immoderate drinking.
De dokter waarschuwde hem voor de gevaren van onmatig drinken.
/ˈtɑː.lɚ.ə.bəl/
(adjective) draaglijk, redelijk
Voorbeeld:
The heat in the desert was barely tolerable.
De hitte in de woestijn was nauwelijks draaglijk.
/rɪtʃ/
(adjective) rijk, welvarend, vol;
(noun) de rijken, welgestelden
Voorbeeld:
He became rich after investing in technology stocks.
Hij werd rijk na het investeren in technologiestocks.
/ˈes.kə.leɪt/
(verb) escaleren, stijgen, verhogen
Voorbeeld:
The conflict began to escalate quickly.
Het conflict begon snel te escaleren.
/ˈmɪt̬.ə.ɡeɪt/
(verb) verzachten, verlichten, milderen
Voorbeeld:
Emergency funds are being used to mitigate the effects of the disaster.
Noodfondsen worden gebruikt om de gevolgen van de ramp te verzachten.
/əˈbeɪt/
(verb) afnemen, luwen, verminderen
Voorbeeld:
The storm finally began to abate after hours of heavy rain.
De storm begon eindelijk te luwen na uren van zware regen.
/teɪm/
(adjective) tam, saai;
(verb) temmen, bedwingen, beheersen
Voorbeeld:
The bird is quite tame and will eat from your hand.
De vogel is vrij tam en zal uit je hand eten.
/ˈdæm.pən/
(verb) bevochtigen, vochtig maken, dempen
Voorbeeld:
Dampen the cloth before wiping the table.
Maak de doek vochtig voordat je de tafel afveegt.
/səbˈsaɪd/
(verb) zakken, afnemen, bedaren
Voorbeeld:
The floodwaters began to subside after several days.
Het overstromingswater begon na enkele dagen te zakken.
/toʊn daʊn/
(phrasal verb) temperen, afzwakken, verzachten
Voorbeeld:
The director asked him to tone down his performance.
De regisseur vroeg hem zijn optreden te temperen.
/ˈded.ən/
(verb) dempen, verzachten, verdoven
Voorbeeld:
Morphine was used to deaden the pain.
Morfine werd gebruikt om de pijn te verzachten.
/ˌdiːˈes.kə.leɪt/
(verb) de-escaleren
Voorbeeld:
The police officer tried to de-escalate the situation by speaking calmly.
De politieagent probeerde de situatie te de-escaleren door rustig te praten.
/ˈwiː.kən/
(verb) verzwakken
Voorbeeld:
The illness had weakened him considerably.
De ziekte had hem aanzienlijk verzwakt.