Avatar of Vocabulary Set Gewicht en stabiliteit

Vocabulaireverzameling Gewicht en stabiliteit in Algemene IELTS-woordenschat (band 5): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Gewicht en stabiliteit' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

weighty

/ˈweɪ.t̬i/

(adjective) zwaar, gewicht, belangrijk

Voorbeeld:

The box was too weighty for one person to lift.
De doos was te zwaar voor één persoon om op te tillen.

steady

/ˈsted.i/

(adjective) stabiel, vast, constant;

(verb) stabiliseren, kalmeren;

(adverb) gestaag, stabiel

Voorbeeld:

Make sure the ladder is steady before you climb it.
Zorg ervoor dat de ladder stabiel is voordat je erop klimt.

stable

/ˈsteɪ.bəl/

(adjective) stabiel, vast, stevig;

(noun) stal, paardenstal;

(verb) stallen, onderbrengen

Voorbeeld:

The country's economy is now stable.
De economie van het land is nu stabiel.

firm

/fɝːm/

(adjective) stevig, vast, standvastig;

(noun) bedrijf, firma;

(verb) verstevigen, harder maken

Voorbeeld:

The ground was firm after the rain.
De grond was stevig na de regen.

solid

/ˈsɑː.lɪd/

(adjective) vast, massief, solide;

(noun) vaste stof, vaste delen;

(adverb) effen, stevig

Voorbeeld:

The ice was solid enough to walk on.
Het ijs was stevig genoeg om op te lopen.

lightweight

/ˈlaɪt.weɪt/

(adjective) lichtgewicht, oppervlakkig, onbeduidend;

(noun) lichtgewicht, onbeduidend persoon

Voorbeeld:

The new laptop is incredibly lightweight, making it perfect for travel.
De nieuwe laptop is ongelooflijk lichtgewicht, waardoor hij perfect is voor op reis.

light

/laɪt/

(noun) licht, lamp, lichtbron;

(verb) aansteken, verlichten;

(adjective) licht

Voorbeeld:

The room was filled with natural light.
De kamer was gevuld met natuurlijk licht.

weightless

/ˈweɪt.ləs/

(adjective) gewichtloos

Voorbeeld:

Astronauts experience a weightless sensation in space.
Astronauten ervaren een gewichtloos gevoel in de ruimte.

weak

/wiːk/

(adjective) zwak, ondoeltreffend, breekbaar

Voorbeeld:

After the illness, he felt very weak.
Na de ziekte voelde hij zich erg zwak.

fragile

/ˈfrædʒ.əl/

(adjective) breekbaar, fragiel, kwetsbaar

Voorbeeld:

The antique vase is very fragile, so handle it with care.
De antieke vaas is erg breekbaar, dus behandel hem voorzichtig.

unsteady

/ʌnˈsted.i/

(adjective) onvast, onstabiel, wankel

Voorbeeld:

He took a few unsteady steps toward the door.
Hij zette een paar onvaste stappen naar de deur.

heavy

/ˈhev.i/

(adjective) zwaar, intens, diep;

(adverb) hevig, zwaar

Voorbeeld:

The box was too heavy for him to lift alone.
De doos was te zwaar voor hem om alleen op te tillen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland