Avatar of Vocabulary Set Aanraken en vasthouden

Vocabulaireverzameling Aanraken en vasthouden in Algemene IELTS-woordenschat (band 5): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Aanraken en vasthouden' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

hold

/hoʊld/

(verb) vasthouden, dragen, tegenhouden;

(noun) greep, houvast, wacht

Voorbeeld:

Can you hold this for a moment?
Kun je dit even vasthouden?

grab

/ɡræb/

(verb) grijpen, pakken, snel pakken;

(noun) greep, pak

Voorbeeld:

She tried to grab the falling vase.
Ze probeerde de vallende vaas te grijpen.

press

/pres/

(verb) drukken, persen, strijken;

(noun) pers, media, drukpers

Voorbeeld:

Press the button to start the machine.
Druk op de knop om de machine te starten.

squeeze

/skwiːz/

(verb) knijpen, persen, wringen;

(noun) knijp, druk, knel

Voorbeeld:

She squeezed the lemon to get the juice out.
Ze perste de citroen om het sap eruit te krijgen.

rub

/rʌb/

(verb) wrijven, schrobben, schuren;

(noun) wrijfbeurt, schrobbeurt, probleem

Voorbeeld:

She began to rub her temples to ease the headache.
Ze begon haar slapen te wrijven om de hoofdpijn te verlichten.

pull

/pʊl/

(verb) trekken, halen, verwijderen;

(noun) trek, ruk, invloed

Voorbeeld:

She tried to pull the heavy door open.
Ze probeerde de zware deur open te trekken.

tickle

/ˈtɪk.əl/

(verb) kriebelen, kitzelen, amuseren;

(noun) kriebel, kitzel

Voorbeeld:

She tried to tickle her baby's feet.
Ze probeerde de voetjes van haar baby te kriebelen.

handle

/ˈhæn.dəl/

(noun) handvat, greep;

(verb) behandelen, omgaan met

Voorbeeld:

The cup has a broken handle.
De beker heeft een gebroken handvat.

caress

/kəˈres/

(verb) aaien, strelen;

(noun) aai, strelen

Voorbeeld:

He gently caressed her cheek.
Hij aaide zachtjes haar wang.

massage

/məˈsɑːʒ/

(noun) massage;

(verb) masseren, manipuleren

Voorbeeld:

She gave him a relaxing back massage.
Ze gaf hem een ontspannende rugmassage.

smooth

/smuːð/

(adjective) glad, egaal, soepel;

(verb) gladstrijken, egaliseren, verzachten;

(adverb) soepel, glad

Voorbeeld:

The stone was worn smooth by the river.
De steen was glad gesleten door de rivier.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland