Avatar of Vocabulary Set Invloed en macht

Vocabulaireverzameling Invloed en macht in Algemene IELTS-woordenschat (band 5): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Invloed en macht' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

strong

/strɑːŋ/

(adjective) sterk, krachtig, stevig

Voorbeeld:

He is a very strong man.
Hij is een zeer sterke man.

high-powered

/ˌhaɪˈpaʊ.ɚd/

(adjective) belangrijk, krachtig

Voorbeeld:

She has a high-powered job in the city.
Ze heeft een belangrijke baan in de stad.

influential

/ˌɪn.fluˈen.ʃəl/

(adjective) invloedrijk, gezaghebbend

Voorbeeld:

She is one of the most influential figures in modern art.
Zij is een van de meest invloedrijke figuren in de moderne kunst.

dominant

/ˈdɑː.mə.nənt/

(adjective) dominant, overheersend

Voorbeeld:

The company has a dominant position in the market.
Het bedrijf heeft een dominante positie in de markt.

weak

/wiːk/

(adjective) zwak, ondoeltreffend, breekbaar

Voorbeeld:

After the illness, he felt very weak.
Na de ziekte voelde hij zich erg zwak.

powerful

/ˈpaʊ.ɚ.fəl/

(adjective) krachtig, machtig, sterk

Voorbeeld:

He delivered a powerful speech that moved the audience.
Hij hield een krachtige toespraak die het publiek raakte.

strengthen

/ˈstreŋ.θən/

(verb) versterken, aansterken

Voorbeeld:

The new policy will strengthen the economy.
Het nieuwe beleid zal de economie versterken.

forceful

/ˈfɔːrs.fəl/

(adjective) krachtig, doortastend, energiek

Voorbeeld:

She made a forceful argument for her proposal.
Ze maakte een krachtig argument voor haar voorstel.

potent

/ˈpoʊ.t̬ənt/

(adjective) krachtig, sterk, effectief

Voorbeeld:

The new drug is very potent against the virus.
Het nieuwe medicijn is zeer krachtig tegen het virus.

feeble

/ˈfiː.bəl/

(adjective) zwak, krachteloos, onovertuigend

Voorbeeld:

She was too feeble to stand up.
Ze was te zwak om op te staan.

ineffective

/ˌɪn.ɪˈfek.tɪv/

(adjective) ineffectief, ondoelmatig

Voorbeeld:

The new policy proved to be ineffective in reducing crime.
Het nieuwe beleid bleek ineffectief in het verminderen van criminaliteit.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland