Avatar of Vocabulary Set Ethische kenmerken

Vocabulaireverzameling Ethische kenmerken in IELTS Academische Woordenschat (Band 6-7): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Ethische kenmerken' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 6-7)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

empathetic

/ˌem.pəˈθet̬.ɪk/

(adjective) empathisch, inlevend

Voorbeeld:

She is a very empathetic listener, always understanding what others are going through.
Ze is een zeer empathische luisteraar, altijd begripvol voor wat anderen doormaken.

humble

/ˈhʌm.bəl/

(adjective) nederig, bescheiden, eenvoudig;

(verb) vernederen, nederig maken

Voorbeeld:

He is a very humble person despite his great success.
Hij is een zeer nederig persoon ondanks zijn grote succes.

altruistic

/ˌæl.truˈɪs.tɪk/

(adjective) altruïstisch, onbaatzuchtig

Voorbeeld:

Her altruistic actions saved many lives during the disaster.
Haar altruïstische daden redden vele levens tijdens de ramp.

trustworthy

/ˈtrʌstˌwɝː.ði/

(adjective) betrouwbaar, vertrouwd

Voorbeeld:

She is a very trustworthy person.
Zij is een zeer betrouwbaar persoon.

reliable

/rɪˈlaɪ.ə.bəl/

(adjective) betrouwbaar, degelijk

Voorbeeld:

She is a very reliable employee.
Zij is een zeer betrouwbare werknemer.

virtuous

/ˈvɝː.tʃu.əs/

(adjective) deugdzaam, integer

Voorbeeld:

She lived a virtuous life, always helping those in need.
Ze leidde een deugdzaam leven en hielp altijd mensen in nood.

steadfast

/ˈsted.fæst/

(adjective) standvastig, onwrikbaar, trouw

Voorbeeld:

He remained steadfast in his loyalty to the company.
Hij bleef standvastig in zijn loyaliteit aan het bedrijf.

noble

/ˈnoʊ.bəl/

(adjective) adellijk, nobel, edel;

(noun) edelman, edelvrouw

Voorbeeld:

He was born into a noble family.
Hij werd geboren in een adellijke familie.

faithful

/ˈfeɪθ.fəl/

(adjective) trouw, loyaal, getrouw;

(noun) gelovigen, aanhangers

Voorbeeld:

She has been a faithful friend for many years.
Ze is al vele jaren een trouwe vriendin.

committed

/kəˈmɪt̬.ɪd/

(adjective) toegewijd, gecommitteerd, gepleegd;

(verb) plegen, begaan, toewijden

Voorbeeld:

She is a highly committed teacher.
Zij is een zeer toegewijde lerares.

sincere

/sɪnˈsɪr/

(adjective) oprecht, eerlijk

Voorbeeld:

He made a sincere apology for his mistake.
Hij bood een oprechte verontschuldiging aan voor zijn fout.

compassionate

/kəmˈpæʃ.ən.ət/

(adjective) medelevend, barmhartig

Voorbeeld:

She is a very compassionate person who always helps those in need.
Ze is een zeer medelevend persoon die altijd mensen in nood helpt.

ethical

/ˈeθ.ɪ.kəl/

(adjective) ethisch, moreel, moreel correct

Voorbeeld:

The company has a strong ethical code.
Het bedrijf heeft een sterke ethische code.

dutiful

/ˈduː.t̬ɪ.fəl/

(adjective) plichtsgetrouw, gehoorzaam

Voorbeeld:

She was a dutiful daughter, always helping her parents.
Ze was een plichtsgetrouwe dochter, die haar ouders altijd hielp.

prejudiced

/ˈpredʒ.ə.dɪst/

(adjective) bevooroordeeld

Voorbeeld:

He is very prejudiced against people from other countries.
Hij is erg bevooroordeeld tegen mensen uit andere landen.

indecent

/ɪnˈdiː.sənt/

(adjective) onfatsoenlijk, onbetamelijk

Voorbeeld:

She was accused of wearing indecent clothing to the ceremony.
Ze werd beschuldigd van het dragen van onfatsoenlijke kleding naar de ceremonie.

dishonorable

/dɪˈsɑː.nɚ.ə.bəl/

(adjective) oneervol, schandelijk

Voorbeeld:

He was dismissed from the army for dishonorable conduct.
Hij werd uit het leger ontslagen wegens oneervol gedrag.

deceptive

/dɪˈsep.t̬ɪv/

(adjective) bedrieglijk, misleidend

Voorbeeld:

Appearances can be deceptive.
Schijn kan bedrieglijk zijn.

deceitful

/dɪˈsiːt.fəl/

(adjective) bedrieglijk, misleidend, oneerlijk

Voorbeeld:

He was caught in a deceitful act.
Hij werd betrapt op een bedrieglijke daad.

wicked

/ˈwɪk.ɪd/

(adjective) slecht, boos, geweldig;

(adverb) erg, heel

Voorbeeld:

The wicked witch cast a spell on the prince.
De boze heks sprak een spreuk uit over de prins.

judgmental

/dʒʌdʒˈmen.t̬əl/

(adjective) oordelend, veroordelend

Voorbeeld:

She has a very judgmental attitude towards others.
Ze heeft een zeer oordelende houding ten opzichte van anderen.

ungrateful

/ʌnˈɡreɪt.fəl/

(adjective) ondankbaar

Voorbeeld:

It's ungrateful to complain about a gift.
Het is ondankbaar om over een cadeau te klagen.

mean

/miːn/

(verb) betekenen, bedoelen, van plan zijn;

(adjective) gemeen, vals, gierig;

(noun) gemiddelde

Voorbeeld:

What do you mean by that?
Wat bedoel je daarmee?
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland