Avatar of Vocabulary Set Internet en computers

Vocabulaireverzameling Internet en computers in IELTS Academische Woordenschat (Band 6-7): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Internet en computers' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 6-7)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

domain

/doʊˈmeɪn/

(noun) domein, gebied, vakgebied

Voorbeeld:

The king's domain extended across several kingdoms.
Het domein van de koning strekte zich uit over verschillende koninkrijken.

streaming

/ˈstriː.mɪŋ/

(noun) streaming, streamen;

(adjective) stromend, vloeiend

Voorbeeld:

Many people prefer streaming movies to buying DVDs.
Veel mensen geven de voorkeur aan het streamen van films boven het kopen van dvd's.

search engine

/ˈsɝːtʃ ˌen.dʒɪn/

(noun) zoekmachine

Voorbeeld:

Google is the most popular search engine in the world.
Google is de populairste zoekmachine ter wereld.

firewall

/ˈfaɪə.wɔːl/

(noun) firewall, brandmuur, brandwerende muur

Voorbeeld:

The company installed a new firewall to protect its data.
Het bedrijf installeerde een nieuwe firewall om zijn gegevens te beschermen.

cookie

/ˈkʊk.i/

(noun) koekje, cookie

Voorbeeld:

She baked a fresh batch of chocolate chip cookies.
Ze bakte een verse lading chocoladechipkoekjes.

virtual private network

/ˈvɜːrtʃuəl ˈpraɪvət ˈnetwɜːrk/

(noun) virtueel privénetwerk, VPN

Voorbeeld:

I use a virtual private network to access my office files from home.
Ik gebruik een virtueel privénetwerk om vanuit huis toegang te krijgen tot mijn kantoorbestanden.

forum

/ˈfɔːr.əm/

(noun) forum, platform, marktplein

Voorbeeld:

The conference provided a forum for discussing global issues.
De conferentie bood een forum voor het bespreken van wereldwijde kwesties.

pop up

/pɑːp ʌp/

(phrasal verb) opduiken, verschijnen

Voorbeeld:

A new window will pop up on your screen.
Er zal een nieuw venster verschijnen op je scherm.

hotspot

/ˈhɑːt.spɑːt/

(noun) hotspot, brandpunt, Wi-Fi hotspot

Voorbeeld:

The city center is a hotspot for tourists.
Het stadscentrum is een hotspot voor toeristen.

Ethernet

/ˈiː.θɚ.net/

(noun) Ethernet

Voorbeeld:

Make sure the Ethernet cable is securely plugged into the port.
Zorg ervoor dat de Ethernet-kabel stevig in de poort is gestoken.

phishing

/ˈfɪʃ.ɪŋ/

(noun) phishing, hengelen

Voorbeeld:

Be careful of phishing emails that ask for your bank details.
Pas op voor phishing-e-mails die om uw bankgegevens vragen.

intranet

/ˈɪn.trə.net/

(noun) intranet

Voorbeeld:

Our company's intranet provides employees with access to internal documents and resources.
Het intranet van ons bedrijf biedt medewerkers toegang tot interne documenten en middelen.

extranet

/ˈeks.trə.net/

(noun) extranet

Voorbeeld:

Our company uses an extranet to collaborate with key suppliers.
Ons bedrijf gebruikt een extranet om samen te werken met belangrijke leveranciers.

operating system

/ˈɑː.pə.reɪ.t̬ɪŋ ˌsɪs.təm/

(noun) besturingssysteem

Voorbeeld:

Windows is a popular operating system for personal computers.
Windows is een populair besturingssysteem voor personal computers.

CD burner

/ˌsiːˈdiː ˌbɜːrnər/

(noun) cd-brander

Voorbeeld:

I need an external CD burner to back up my old files.
Ik heb een externe cd-brander nodig om een back-up van mijn oude bestanden te maken.

CD writer

/ˈsiː.diː ˌraɪ.tər/

(noun) CD-brander, CD-schrijver

Voorbeeld:

I used my CD writer to burn a backup copy of my files.
Ik gebruikte mijn CD-brander om een back-up van mijn bestanden te branden.

hack

/hæk/

(verb) hacken, hakken, kappen;

(noun) hack, truc, cyberaanval

Voorbeeld:

Someone tried to hack into my email account.
Iemand probeerde mijn e-mailaccount te hacken.

surf

/sɝːf/

(noun) branding, schuim;

(verb) surfen, navigeren

Voorbeeld:

The children played at the edge of the surf.
De kinderen speelden aan de rand van de branding.

upgrade

/ʌpˈɡreɪd/

(noun) upgrade, verbetering;

(verb) upgraden, verbeteren

Voorbeeld:

The software requires an upgrade to the latest version.
De software vereist een upgrade naar de nieuwste versie.

database

/ˈdeɪ.t̬ə.beɪs/

(noun) database

Voorbeeld:

The company maintains a large customer database.
Het bedrijf onderhoudt een grote klantendatabase.

reboot

/ˌriːˈbuːt/

(verb) opnieuw opstarten, herstarten, opnieuw beginnen;

(noun) herstart, reboot, nieuwe versie

Voorbeeld:

I had to reboot my computer after the software update.
Ik moest mijn computer opnieuw opstarten na de software-update.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland