Avatar of Vocabulary Set Ziekten en symptomen

Vocabulaireverzameling Ziekten en symptomen in IELTS Academische Woordenschat (Band 5): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Ziekten en symptomen' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

pain

/peɪn/

(noun) pijn, leed, verdriet;

(verb) pijn doen, kwellen

Voorbeeld:

She felt a sharp pain in her leg.
Ze voelde een scherpe pijn in haar been.

fever

/ˈfiː.vɚ/

(noun) koorts, opwinding

Voorbeeld:

The child had a high fever and was restless.
Het kind had hoge koorts en was onrustig.

cough

/kɑːf/

(verb) hoesten;

(noun) hoest

Voorbeeld:

He started to cough uncontrollably during the meeting.
Hij begon oncontroleerbaar te hoesten tijdens de vergadering.

headache

/ˈhed.eɪk/

(noun) hoofdpijn, probleem, lastpost

Voorbeeld:

I woke up with a terrible headache this morning.
Ik werd vanmorgen wakker met een vreselijke hoofdpijn.

infection

/ɪnˈfek.ʃən/

(noun) infectie, besmetting, infectieziekte

Voorbeeld:

The doctor prescribed antibiotics to treat the bacterial infection.
De dokter schreef antibiotica voor om de bacteriële infectie te behandelen.

rash

/ræʃ/

(noun) uitslag, huiduitslag;

(adjective) overhaast, onbezonnen

Voorbeeld:

The baby developed a diaper rash.
De baby ontwikkelde luieruitslag.

dizziness

/ˈdɪz.i.nəs/

(noun) duizeligheid

Voorbeeld:

She complained of sudden dizziness and nausea.
Ze klaagde over plotselinge duizeligheid en misselijkheid.

cancer

/ˈkæn.sɚ/

(noun) kanker, Kreeft, sterrenbeeld Kreeft

Voorbeeld:

She is undergoing treatment for lung cancer.
Ze ondergaat behandeling voor longkanker.

ache

/eɪk/

(noun) pijn, verdriet, verlangen;

(verb) pijn doen, zeuren, verlangen

Voorbeeld:

I have a dull ache in my lower back.
Ik heb een doffe pijn in mijn onderrug.

cramp

/kræmp/

(noun) kramp, beperking, belemmering;

(verb) belemmeren, beperken

Voorbeeld:

I got a terrible cramp in my leg while swimming.
Ik kreeg een vreselijke kramp in mijn been tijdens het zwemmen.

wound

/wuːnd/

(noun) wond, blessure, kwetsing;

(verb) verwonden, kwetsen, pijn doen

Voorbeeld:

The doctor cleaned the deep wound on his arm.
De dokter reinigde de diepe wond op zijn arm.

swelling

/ˈswel.ɪŋ/

(noun) zwelling, opzwelling, toename

Voorbeeld:

The doctor examined the swelling on her ankle.
De dokter onderzocht de zwelling op haar enkel.

itch

/ɪtʃ/

(verb) jeuken, jeuken naar, verlangen naar;

(noun) jeuk, drang, verlangen

Voorbeeld:

My arm started to itch after I touched the poison ivy.
Mijn arm begon te jeuken nadat ik de gifsumak had aangeraakt.

burn

/bɝːn/

(verb) branden, verbranden, verbruiken;

(noun) brandwond, verbranding

Voorbeeld:

The wood burned brightly in the fireplace.
Het hout brandde fel in de open haard.

influenza

/ˌɪn.fluˈen.zə/

(noun) influenza, griep

Voorbeeld:

The doctor diagnosed her with influenza.
De dokter diagnosticeerde haar met influenza.

injury

/ˈɪn.dʒər.i/

(noun) blessure, verwonding, schade

Voorbeeld:

He sustained a serious leg injury in the accident.
Hij liep een ernstige beenblessure op bij het ongeluk.

bruise

/bruːz/

(noun) blauwe plek, kneuzing;

(verb) kneuzen, blauwe plekken veroorzaken, kwetsen

Voorbeeld:

He had a large bruise on his arm after falling.
Hij had een grote blauwe plek op zijn arm na het vallen.

epidemic

/ˌep.əˈdem.ɪk/

(noun) epidemie, uitbraak, snelle verspreiding;

(adjective) epidemisch, wijdverspreid

Voorbeeld:

The city is facing an epidemic of flu cases.
De stad wordt geconfronteerd met een epidemie van griepgevallen.

pandemic

/pænˈdem.ɪk/

(noun) pandemie;

(adjective) pandemisch

Voorbeeld:

The COVID-19 pandemic affected millions globally.
De COVID-19 pandemie trof miljoenen wereldwijd.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland