Vocabulaireverzameling Armoede en falen in IELTS Academische Woordenschat (Band 5): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Armoede en falen' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) arm, behoeftig, zielig
Voorbeeld:
(adjective) onsuccesvol, mislukt
Voorbeeld:
(adjective) mislukt, gefalied;
(past tense) faalde, mislukte;
(past participle) begeven, stoppen met werken
Voorbeeld:
(adjective) verslagen, ontmoedigd;
(verb) verslagen, overwonnen
Voorbeeld:
(adjective) kansarm, achtergesteld, benadeeld
Voorbeeld:
(adjective) behoeftig, afhankelijk, arm
Voorbeeld:
(adjective) gebroken, kapot, geschonden;
(past participle) gebroken, verbroken
Voorbeeld:
(verb) falen, mislukken, verzuimen;
(noun) mislukking, falen
Voorbeeld:
(verb) verliezen, kwijtraken
Voorbeeld:
(phrasal verb) kapotgaan, uitvallen, instorten
Voorbeeld:
(phrasal verb) opgeven, stoppen, stoppen met
Voorbeeld:
(verb) instorten, ineenstorten, bezinken;
(noun) instorting, ineenstorting, val
Voorbeeld:
(adjective) onproductief, onvruchtbaar
Voorbeeld: