Avatar of Vocabulary Set Eenheid 2: Leven op het platteland

Vocabulaireverzameling Eenheid 2: Leven op het platteland in Groep 8: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Eenheid 2: Leven op het platteland' in 'Groep 8' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

beehive

/ˈbiː.haɪv/

(noun) bijenkorf, bijenkorfkapsel

Voorbeeld:

The beekeeper carefully inspected the beehive for honey production.
De imker inspecteerde zorgvuldig de bijenkorf op honingproductie.

brave

/breɪv/

(adjective) moedig, dapper;

(verb) trotseren, doorstaan

Voorbeeld:

The brave firefighter rescued the child from the burning building.
De moedige brandweerman redde het kind uit het brandende gebouw.

cattle

/ˈkæt̬.əl/

(noun) vee, runderen

Voorbeeld:

The farmer herded his cattle into the barn.
De boer dreef zijn vee de schuur in.

collect

/kəˈlekt/

(verb) verzamelen, ophalen, afhalen;

(noun) collectegebed, collect

Voorbeeld:

She likes to collect stamps from different countries.
Ze houdt ervan om postzegels uit verschillende landen te verzamelen.

convenient

/kənˈviː.ni.ənt/

(adjective) handig, gemakkelijk, gebruiksvriendelijk

Voorbeeld:

It's very convenient to have a supermarket nearby.
Het is erg handig om een supermarkt in de buurt te hebben.

disturb

/dɪˈstɝːb/

(verb) storen, verstoren, verontrusten

Voorbeeld:

Please don't disturb me while I'm working.
Gelieve me niet te storen terwijl ik werk.

generous

/ˈdʒen.ər.əs/

(adjective) gul, vrijgevig, ruim

Voorbeeld:

She is always generous with her time and help.
Ze is altijd gul met haar tijd en hulp.

grassland

/ˈɡræs.lænd/

(noun) grasland, weide

Voorbeeld:

The cattle grazed peacefully on the vast grassland.
Het vee graasde vredig op het uitgestrekte grasland.

herd

/hɝːd/

(noun) kudde, menigte, massa;

(verb) drijven, bijeenbrengen

Voorbeeld:

A herd of elephants crossed the savanna.
Een kudde olifanten stak de savanne over.

local

/ˈloʊ.kəl/

(adjective) lokaal, plaatselijk;

(noun) lokale bewoner, plaatselijke, stoptrein

Voorbeeld:

The local bakery makes the best bread.
De lokale bakkerij maakt het beste brood.

Mongolia

/mɑːŋˈɡoʊ.li.ə/

(noun) Mongolië

Voorbeeld:

The Gobi Desert covers a significant portion of Mongolia.
De Gobi-woestijn beslaat een aanzienlijk deel van Mongolië.

nomad

/ˈnoʊ.mæd/

(noun) nomade, zwerver;

(adjective) nomadisch, zwervend

Voorbeeld:

The ancient tribes were nomads, moving with the seasons to find food.
De oude stammen waren nomaden, die met de seizoenen meereisden om voedsel te vinden.

nomadic

/noʊˈmæd.ɪk/

(adjective) nomadisch, rondtrekkend

Voorbeeld:

Many ancient tribes led a nomadic existence, moving with the seasons.
Veel oude stammen leidden een nomadisch bestaan, trekkend met de seizoenen.

paddy field

/ˈpæd.i ˌfiːld/

(noun) rijstveld, paddyveld

Voorbeeld:

The farmers were working hard in the paddy field.
De boeren werkten hard op het rijstveld.

pasture

/ˈpæs.tʃɚ/

(noun) weide, grasland;

(verb) weiden, grazen

Voorbeeld:

The cows grazed peacefully in the green pasture.
De koeien graasden vredig in de groene weide.

pick

/pɪk/

(verb) kiezen, uitkiezen, plukken;

(noun) keuze, selectie, houweel

Voorbeeld:

She had to pick a dress for the party.
Ze moest een jurk kiezen voor het feest.

vast

/væst/

(adjective) uitgestrekt, enorm, immens

Voorbeeld:

The desert stretched out before them, a vast expanse of sand.
De woestijn strekte zich voor hen uit, een uitgestrekte zandvlakte.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland