Avatar of Vocabulary Set Eenheid 2: Gezondheid

Vocabulaireverzameling Eenheid 2: Gezondheid in Graad 7: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Eenheid 2: Gezondheid' in 'Graad 7' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

allergy

/ˈæl.ɚ.dʒi/

(noun) allergie

Voorbeeld:

She has a severe allergy to peanuts.
Ze heeft een ernstige allergie voor pinda's.

calorie

/ˈkæl.ɚ.i/

(noun) calorie

Voorbeeld:

A typical apple contains about 95 calories.
Een typische appel bevat ongeveer 95 calorieën.

compound

/ˈkɑːm.paʊnd/

(noun) verbinding, mengsel, complex;

(verb) verergeren, versterken, samenstellen;

(adjective) samengesteld, complex

Voorbeeld:

Water is a chemical compound of hydrogen and oxygen.
Water is een chemische verbinding van waterstof en zuurstof.

concentrate

/ˈkɑːn.sən.treɪt/

(verb) concentreren, zich richten op, indikken;

(noun) concentraat, geconcentreerd product

Voorbeeld:

I need to concentrate on my studies.
Ik moet me concentreren op mijn studie.

cough

/kɑːf/

(verb) hoesten;

(noun) hoest

Voorbeeld:

He started to cough uncontrollably during the meeting.
Hij begon oncontroleerbaar te hoesten tijdens de vergadering.

depression

/dɪˈpreʃ.ən/

(noun) depressie, economische crisis, verzakking

Voorbeeld:

She has been suffering from severe depression for years.
Ze lijdt al jaren aan ernstige depressie.

diet

/ˈdaɪ.ət/

(noun) dieet, voeding, kuur;

(verb) diëten, op dieet zijn

Voorbeeld:

A healthy diet includes plenty of fruits and vegetables.
Een gezond dieet omvat veel fruit en groenten.

essential

/ɪˈsen.ʃəl/

(adjective) essentieel, noodzakelijk, wezenlijk;

(noun) essentiële zaken, benodigdheden

Voorbeeld:

Water is essential for life.
Water is essentieel voor het leven.

expert

/ˈek.spɝːt/

(noun) expert, deskundige;

(adjective) deskundig, bekwaam

Voorbeeld:

She is an expert in ancient history.
Zij is een expert in oude geschiedenis.

itchy

/ˈɪtʃ.i/

(adjective) jeukend, jeukerig, reislustig

Voorbeeld:

My skin feels itchy after being in the sun.
Mijn huid voelt jeukerig aan na in de zon te zijn geweest.

junk food

/ˈdʒʌŋk fuːd/

(noun) junkfood, ongezond eten

Voorbeeld:

I try to avoid eating too much junk food.
Ik probeer niet te veel junkfood te eten.

obesity

/oʊˈbiː.sə.t̬i/

(noun) obesitas, zwaarlijvigheid

Voorbeeld:

Childhood obesity is a growing concern worldwide.
Kinderobesitas is wereldwijd een groeiende zorg.

pay attention (to)

/peɪ əˈten.ʃən (tuː)/

(phrase) aandacht besteden, opletten

Voorbeeld:

Please pay attention to the instructions.
Gelieve aandacht te besteden aan de instructies.

sickness

/ˈsɪk.nəs/

(noun) ziekte, aandoening, misselijkheid

Voorbeeld:

He was absent from work due to sickness.
Hij was afwezig van zijn werk vanwege ziekte.

spot

/spɑːt/

(noun) vlek, stip, plek;

(verb) zien, opmerken

Voorbeeld:

There's a grease spot on your shirt.
Er zit een vetvlek op je shirt.

stay in shape

/steɪ ɪn ʃeɪp/

(idiom) in vorm blijven, fit blijven

Voorbeeld:

It's important to exercise regularly to stay in shape.
Het is belangrijk om regelmatig te sporten om in vorm te blijven.

sunburn

/ˈsʌn.bɝːn/

(noun) zonnebrand;

(verb) verbranden door de zon

Voorbeeld:

She got a severe sunburn after spending all day at the beach.
Ze kreeg ernstige zonnebrand na de hele dag op het strand te hebben doorgebracht.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland