Avatar of Vocabulary Set Eenheid 6: Onze Tet-vakantie

Vocabulaireverzameling Eenheid 6: Onze Tet-vakantie in Groep 6: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Eenheid 6: Onze Tet-vakantie' in 'Groep 6' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

incense

/ˈɪn.sens/

(noun) wierook;

(verb) woedend maken, verontwaardigen

Voorbeeld:

The temple was filled with the scent of burning incense.
De tempel was gevuld met de geur van brandende wierook.

dragon dance

/ˈdræɡ.ən ˌdæns/

(noun) draken dans

Voorbeeld:

The vibrant dragon dance captivated the crowd during the New Year parade.
De levendige draken dans betoverde de menigte tijdens de nieuwjaarsparade.

spring roll

/ˈsprɪŋ roʊl/

(noun) loempia

Voorbeeld:

We ordered a plate of crispy spring rolls as an appetizer.
We bestelden een bord knapperige loempia's als voorgerecht.

sausage

/ˈsɑː.sɪdʒ/

(noun) worst

Voorbeeld:

We had eggs and sausage for breakfast.
We hadden eieren en worst als ontbijt.

calendar

/ˈkæl.ən.dɚ/

(noun) kalender, kalendersysteem, tijdrekening

Voorbeeld:

I marked the appointment on my calendar.
Ik heb de afspraak op mijn kalender gemarkeerd.

present

/ˈprez.ənt/

(noun) cadeau, geschenk, heden;

(adjective) aanwezig, huidig;

(verb) presenteren, aanbieden, geven

Voorbeeld:

She received a beautiful present for her birthday.
Ze kreeg een mooi cadeau voor haar verjaardag.

sticky rice

/ˈstɪk.i ˌraɪs/

(noun) kleefrijst

Voorbeeld:

Mango with sticky rice is a popular Thai dessert.
Mango met kleefrijst is een populair Thais dessert.

celebrate

/ˈsel.ə.breɪt/

(verb) vieren, prijzen, eren

Voorbeeld:

We're going to celebrate her birthday with a big party.
We gaan haar verjaardag vieren met een groot feest.

decorate

/ˈdek.ər.eɪt/

(verb) decoreren, versieren, schilderen

Voorbeeld:

We decided to decorate the living room with new paintings.
We besloten de woonkamer te decoreren met nieuwe schilderijen.

shopping

/ˈʃɑː.pɪŋ/

(noun) winkelen, boodschappen doen;

(verb) winkelen, boodschappen doen

Voorbeeld:

I love going shopping for new clothes.
Ik ga graag winkelen voor nieuwe kleren.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland